Brandveilig gebruik

Brandveiligheid is veelal geregeld in de bouwregelgeving, onder andere in het Bouwbesluit en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit). Bij de opslag van gevaarlijke stoffen worden meestal nog aanvullende eisen gesteld op basis van de milieuwetgeving (onder meer Vuurwerkbesluit, Activiteitenbesluit of een omgevingsvergunning voor een milieu-inrichting). De eisen waar aan moet worden voldaan zijn dan vaak gebaseerd op specifieke richtlijnen (bijvoorbeeld PGS 15 en PGS 28).

Het Gebruiksbesluit is op 1 november 2008 in werking getreden en regelt de brandveiligheid van bouwwerken en brandveilige opslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld hout, rubber banden en kunststoffen) en de opslag van kleine hoeveelheden brandgevaarlijke stoffen (ADR-klasse 2 t/m 5). Daarnaast vereist het Gebruiksbesluit dat alle mobiele blussers onderhouden en gekeurd worden. Het Gebruiksbesluit geeft algemene regels die zo veel mogelijk de vergunningplicht vervangen. Slechts in de voolgende gevallen is nog sprake van een vergunningplicht en van brandveiligheidsvoorschriften in de omgevingsvergunning:

  • Het in gebruik hebben van een bouwwerk waarin bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 5 personen (bijvoorbeeld een hotel);
  • Het in gebruik hebben van een bouwwerk waarin in het kader van verzorging nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 5 personen (bijvoorbeeld een verzorgingstehuis);
  • Een bouwwerk in gebruik te hebben wanneer daarin bedrijfsmatig dagverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar (bijvoorbeeld een kinderdagverblijf);
  • Een bouwwerk in gebruik te hebben wanneer daarin dagverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen (bijvoorbeeld dagopvang voor gehandicapten).

Deze activiteiten hebben allen betrekking op verblijfsgebouwen, waarbij bij Brzo-inrichtingen normaal geen sprake van is.