Strafbaarstelling en handhaving

Strafbaarstelling in het Brzo

Het Brzo 1999 is gebaseerd op:

  • artikelen 8.5, 8.22 derde lid, 8.40, 8.41, 8.42, 8.42a, 19.3 eerste lid en 21.8 van de Wet milieubeheer (Wm);
  • artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet);
  • artikel 13 van de Brandweerwet 1985 en
  • artikelen 10a, 10c en 25b van de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo);
  • artikelen 31 lid4, 48 lid 6, 49 lid1 en 61 lid 2 van de Wet veiligheidsregio's (Wvr).

In artikel 25 van het Brzo 1999 staan de gedragingen (handelen of nalaten) van verplichtingen uit het Brzo 1999 genoemd die als strafbaar feit worden beschouwd als gevolg van de Wet op de economische delicten. Het betreft hier het handelen of nalaten in strijd met artikel 48, lid 6 Wvr en artikel 6, eerste lid Arbowet. Genoemde artikelen kunnen op grond van de Wet op de economische delicten (artikelen 1a, onder 1o en 1 onder 3o) rechtstreeks strafrechtelijk worden gehandhaafd.

Tevens is aangegeven welke inspecteur tot strafrechtelijke handhaving van overtredingen van deze artikelen bevoegd is, mits aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Als een betrokken inspecteur niet als boa is aangewezen, dan kan deze een andere boa of de politie belasten met de handhaving van strafbare feiten. De inspecteur moet in dat laatste geval aangifte doen. Dit fenomeen kan nog aan de orde zijn bij de inspecteurs vanuit de brandweerorganisaties. Door de samenwerking en de maatlatconstructie is een eventueel handhavingsprobleem echter meestal binnen de kernteams van inspecteurs op te lossen.

In de onderstaande tabel is de strafbaarstelling in het Brzo 1999 weergegeven.

Artikel

Betreft

Krachtens artikel Inspecteur

3, lid 2

Overleg tussen werkgever en drijver en gezamenlijke uitvoering van de BRZO-regels

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

5, lid 1 t/m 4

Alle maatregelen die de drijver moet treffen;

Het voorhanden hebben van een PBZO-document;

Invoering van een VBS, waarin alle elementen uit Bijlage II BRZO aan de orde komen.

Beoordeling en aanpassing van beleid en VBS bij wijzigingen.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

6, lid 1

Kennisgeving met betrekking tot significante wijzigingen en sluiting

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

7, lid 3

Uitwisseling van gegevens met andere dominobedrijven

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

9

Aanwezigheid van een actueel VR binnen het bedrijf

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW
11 Zorgdragen dat werknemers en deskundigen kennis kunnen nemen van het VR. 6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW
13, lid 1 Zonering en andere gegevens van belang voor voorbereiding op rampenbestrijding 48, lid 6 Wvr Veiligheidsregio

13, lid 2 en 3

Voor de ingebruikname van installaties: compleet maken van het VR met voornamelijk informatie over interne veiligheid.

Voor een verandering wordt aangebracht: complementeren van het VR met de informatie over de betreffende onderdelen.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

14, lid 1 en 2

Evaluatie van het VR ten minste 1 keer per 5 jaar en opsturen van het bijgewerkte VR aan bevoegd gezag.

Een nieuw VR, indien nieuwe feiten, nieuwe kennis en/of nieuwe ontwikkelingen aan de orde zijn, op eigen initiatief of op verzoek van het bevoegd gezag.

6, lid 1, Arbowet
48, lid 6 Wvr
Veiligheidsregio

16, lid 5

De drijver is verplicht aanvullende VR-informatie op te sturen binnen een termijn van 6 weken na ontvangst verzoek.

6, lid 1, Arbowet
48, lid 6 Wvr

Veiligheidsregio

17

Stukken (aanvraag, VR, revisie VR) in 7-voud ingediend. Meer op verzoek.

6, lid 1 Arbowet Inspectie SZW

21, lid 1

Een bijgewerkte stoffenlijst die door een ieder kan worden ingezien

6, lid 1 Arbowet
48, lid 6 Wvr

Veiligheidsregio

22, lid 1 t/m 4

Het opstellen van een intern noodplan, dat de gegevens bedoeld in Bijlage IV bevat.

Evaluatie, beproeving en wijziging van het interne noodplan min 1 keer per 3 jaar.

Betrekken van de Ondernemingsraad, personeelsvereniging of belanghebbende werknemers bij opstellen en wijzigen van het interne noodplan. Deskundigen moeten kennis kunnen nemen van het noodplan.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

23

Stilleggen van de bedrijfsvoering door de drijver bij onvoldoende maatregelen (exploitatieverbod). Toepassen bestuursdwang mogelijk.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

26, lid 1

Kennisgeving en de eisen waaraan deze moet voldoen

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

27, lid 1 en 3

Opstellen PBZO-document voor 19 juli 2000.

Opstellen stoffenlijst voor 19 oktober 1999.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

28, lid 1, 2 en 4

Indieningstijdstip VR en revisies daarvan.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

29

Melden zware ongevallen aan de Inspectie SZW.

6, lid 1, Arbowet Inspectie SZW

Bevoegdheden inspectiepartners

Voor handhaving van artikel 23 van het Brzo 1999 kan op grond van lid 2 van dat artikel door de Inspectie SZW ook bestuursdwang worden toegepast en kan een last onder dwangsom worden opgelegd.

Het bevoegd gezag Rampenbestrijding (bg Rb) kan last onder bestuursdwang alleen toepassen indien die bevoegdheid bij of krachtens de wet is toegekend (artikel 5.22 Awb). Die bevoegdheid is onder meer aan de burgemeester toegekend in de Gemeentewet (artikel 125), en aan het bestuur van de veiligheidsregio in de Wvr (artikel 63) indien het gaat om art 31 (aanwijzing bedrijfsbrandweer) en art 48 (verstrekken technische info tbv voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing).

Op grond van deze wetten zijn deze bestuursorganen bevoegd de regels die zij moeten uitvoeren tevens te handhaven. In plaats van toepassing van last onder bestuursdwang zouden deze bestuursorganen ook kunnen kiezen voor het opleggen van een last onder dwangsom (artikel 5:32 Awb).

Het college van burgemeester en wethouders of het college van gedeputeerde staten dient verplichtingen te handhaven op het gebied van industriële veiligheid. Wat betreft het Brzo 1999 komen de volgende verplichtingen aan de orde . Het gaat dan om de verplichtingen van de artikelen 5, 6, 7, derde lid, 10, eerste lid, 13, eerste lid, 14, 16, vierde en vijfde lid, 17, 21, 26, 27, derde lid, en 28 van het Brzo 1999.

Alleen ten aanzien van deze verplichtingen heeft het bevoegd gezag voor de rampenbestrijding namelijk handhavende bevoegdheden. Artikel 5 wordt hier met name genoemd omdat het in lijn is met de Seveso-richtlijn. Het ministerie van BZK gaat ervan uit dat het toezicht op en de handhaving van artikel 5 Brzo 1999 een taak is in het kader van de rampenbestrijding (zie de circulaire van de minister van BZK Uitvoering Brzo 1999 naar aanleiding van BeteRZO).

Gelet op de aanhef van het Brzo 1999 is dit besluit een AMvB op grond van onder andere 8.40 Wm (algemene regels naast vergunningplicht) en 21.8 Wm (precisering AMvB). Hierdoor valt het Brzo 1999 onder de reikwijdte van de Wm en kan door het Wabo bevoegd gezag bestuursrechtelijk worden gehandhaafd:

  • door provincies: op grond van hoofdstuk 5 Wabo juncto 122 Provinciewet juncto afdeling 5.3 en 5.4 Awb;
  • door gemeenten: op grond van hoofdstuk 5 Wabo juncto artikel 125 Gemeentewet juncto afdeling 5.3 en 5.4 Awb.

Zoals eerder aangegeven staan in artikel 25 van het Brzo 1999 de gedragingen van verplichtingen uit het Brzo 1999 die als strafbaar feit worden beschouwd ingevolge de Wet op de economische delicten. De inspecteur bevoegd gezag Wabo is niet bevoegd om rechtstreeks via dit artikel strafrechtelijk te handhaven. Artikel 1a Wed, onder 1o merkt overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 8.40 eerste lid aan als economisch delict. Artikel 1a Wed onder 2o regelt dit overeenkomstig voor de artikelen 8.41 eerste tot derde lid; 8.42, eerste lid en 8.42a, eerste lid.

Het bg Wabo kan zich zowel bij de bestuursrechtelijke als bij de strafrechtelijke handhaving enkel richten op die artikelen uit het Brzo 1999 die milieu- en externe veiligheidsaspecten in zich hebben. Er is dus geen handhavingsbevoegdheid voor bijvoorbeeld de arbo-aspecten uit het Brzo 1999. Concreet betekent dit dat de bestuurs- en strafrechtelijke handhaving door het bevoegd gezag Wabo zich kan richten op naleving van de volgende artikelen uit het Brzo 1999:

  • 5, lid 1, 2, 3 en 4;
  • 6, lid 1;
  • 7, lid 3;
  • 9;
  • 10, lid 1;
  • 13, lid 1, 2 en 3;
  • 14, lid 1 en 2;
  • 16, lid 5;
  • 17;
  • 21, lid 1;
  • 22, lid 1 en 2.