Inspectie van Brzo-bedrijven

Om eventuele overtredingen van het Brzo 1999 en daarmee verbonden regelgeving vast te stellen, worden inspecties uitgevoerd gericht op de werkvelden milieu (inclusief externe veiligheid), arbeidsveiligheid en rampenbestrijding.

Bevindingen

Tijdens een dergelijke inspectie worden bevindingen gedaan die leiden tot vier mogelijke conclusies:

  • er wordt vastgesteld dat de situatie voldoet. Er vinden geen vervolgactiviteiten plaats;
  • de bevinding is onvoldoende zwaar om tot een overtreding te leiden. Het is in die situatie de nadrukkelijke verantwoordelijkheid van het bedrijf om verbeteracties uit te voeren. Wordt bij een eerstvolgende inspectie in gelijke omstandigheden opnieuw een dergelijke bevinding gedaan, dan is dit in beginsel geen aanleiding om alsnog tot handhaving over te gaan. Tenzij goed gemotiveerd kan worden waarom in een tweede termijn wel voor handhaving wordt gekozen. In ieder geval kan deze bevinding aanleiding zijn het functioneren van het beheerssysteem bij het bedrijf nadrukkelijk aan de orde te stellen;
  • er wordt vastgesteld dat de situatie niet voldoet en dat dit aan te merken is als een overtreding van een wettelijke bepaling. De inspectiepartners maken onderling een afspraak welke handhaving door wie wordt ingezet. De voornemens tot handhaving worden aan het bedrijf kenbaar gemaakt, met inachtneming van een termijn waarbinnen de overtreding moet zijn opgeheven. Na deze termijn wordt door de inspectiediensten gecontroleerd;
  • het is ook mogelijk dat enkele bevindingen die afzonderlijk niet zwaar genoeg zijn om tot een overtreding te leiden, gezamenlijk wijzen op een structureel tekort ten aanzien van een onderwerp of thema en zodoende een overtreding opleveren.

Handhavingsbeleid

Het bevoegd gezag Wabo1, de brandweer (veiligheidsregio) en de Inspectie SZW zijn de betrokken inspecteurs bij een Brzo-inspectie. De inspecties worden in principe gezamenlijk uitgevoerd maar de eventuele handhaving die uit de inspecties voortvloeit, is voor de eigen verantwoordelijkheid van de betreffende inspectiepartners. De inspectiepartners maken – afhankelijk van de aard van de geconstateerde overtredingen en de handhavende bevoegdheden – onderling een afspraak welke handhavingsmiddelen door wie worden ingezet. De verschillende inspectiepartijen passen tijdens een inspectie in een Brzo-bedrijf elk een eigen handhavingstrategie toe.

Milieu en externe veiligheid
Gemeenten en provincies hebben voor de milieuhandhaving strategieën opgesteld. Het hierin geformuleerde handhavingsbeleid wordt ook voor de handhaving van de bevindingen tijdens Brzo-inspecties gehanteerd. In de nalevingstrategieën is de wijze vastgelegd waarop de beschikbare middelen worden ingezet om naleving van wet- en regelgeving te bevorderen. In de sanctiestrategie is beschreven wanneer bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten worden ingezet om overtredingen ongedaan te maken.

De meeste gemeenten en provincies gebruiken als uitgangspunt hierbij de Landelijke strategie milieuhandhaving, uitgegeven door het Landelijk Overleg Milieuhandhaving (LOM).

Arbeidsveiligheid
De Inspectie SZW heeft voor Brzo-bedrijven een handhavingsbeleid Brzo 1999 vastgesteld: Nota handhavingsbeleid, gepubliceerd in Staatscourant nummer 145 van 31 juli 2003. In deze nota is aangegeven bij welke overtredingen – naast een eventueel bestuursrechtelijk bevel tot stillegging van het werk – direct een strafrechtelijk traject wordt ingezet (via een procesverbaal) en bij welke overtredingen eerst een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel als een waarschuwing of een eis wordt ingezet.

Rampenbestrijding
De veiligheidsregio (art. 46 Wvr) is bevoegd toezicht te houden bij Brzo-bedrijven voor wat betreft de informatieverplichting in het kader van de Wet veiligheidsregio's.

1 De waterkwaliteitsbeheerder treedt in dit kader op als adviseur van het bevoegd gezag Wabo.