Handhaving (verouderd)

Handhaving is het door controle en toepassen van middelen (of het dreigen daarmee) bevorderen dat geldende rechtsregels en voorschriften worden nageleefd. De handhavingsmiddelen zijn administratief-, straf- of privaatrechtelijk van aard. Handhaving omvat dus zowel toezicht als bestuursrechtelijke handhaving en opsporing (de zogenaamde strafrechtelijke handhaving). Het uitoefenen van toezicht houdt in dat de overheid controleert of een bedrijf of een burger de voor hem geldende regels naleeft. Er hoeft hierbij geen vermoeden te zijn dat een wettelijk voorschrift is overtreden.

Opsporing is gericht op de strafrechtelijke afdoening van strafbare feiten en is gericht op het vinden van een verdachte, dan wel het vaststellen dat er (g)een strafbaar feit is gepleegd. Opsporingshandelingen mogen pas worden verricht indien er sprake is van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is gepleegd.

Om de naleving van het Brzo 1999 en de daarmee verbonden regelgeving te borgen worden na het uitoefenen van toezicht zonodig meestal eerst bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen ingezet voordat tot opsporing wordt overgegaan. Afhankelijk van de aard en de omvang van de overtreding kunnen beide trajecten ook gelijktijdig worden ingezet.

Dit deel over handhaving is gericht op de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van het Brzo 1999 en de daarmee verbonden regelgeving. Het gaat niet verder in op de inzet van privaatrechtelijke middelen.