Eén werkwijze, één loket

Invulling één loket

De basis van uitvoering van en toezicht op het Brzo 1999 door de verschillende inspectiepartners is de één-loketgedachte. Hét aanspreekpunt voor het bedrijf is het bevoegd gezag Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): provincie of gemeente. Bij de inspecties en beoordelingen werkt het bevoegd gezag Wabo samen met andere uitvoerders. Deze samenwerking is ter borging van een kwalitatief en kwantitatief verantwoord toezicht op de naleving van het Brzo 1999 in gezamenlijke procesbeschrijvingen vastgelegd.

Omwille van het verkrijgen van de juiste kwaliteit worden voor de uitvoering van een aantal taken zogeheten maatlatorganisaties ingeschakeld. Zij voeren met name voor het bevoegd gezag Wabo en Rampenbestrijding de inspectietaak uit en zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de inspectie. Deze ondersteuning is formeel in de bestuurlijke inspectieprogramma's (BIP) vastgelegd. Hierdoor is de taakuitvoering doelmatiger, de onderlinge interactie tussen de verschillende diensten duidelijker en wordt zowel voor het bedrijf als de overheid een doeltreffender situatie bewerkstelligd.

De methode van werken beoogt expliciet een relatie aantoonbaar te maken tussen de tekortkomingen die zijn waargenomen tijdens een inspectie of ongeval en het falen van de organisatie op bepaalde onderdelen van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS). Deze opgedane kennis is dan ook van belang voor de uitvoering van en het toezicht op de andere regels in het kader van de rampenbestrijding en milieubeheer.

De één-loketgedachte is gericht op het verminderen van de administratieve lasten en verbetering van de taakuitvoering door de overheid. In het kader van Brzo-activiteiten is het doel van het één-loket om namens de bevoegde gezagen te bevorderen dat:

  • de aanspreekbaarheid van de overheid naar burgers en bedrijven wordt vergroot;
  • overheden met één gezicht naar buiten treden, met name door:
    - het verstrekken van gecoördineerde informatie (actieve voorlichting);
    - het beantwoorden van vragen (passieve voorlichting);
    - het toegankelijk maken van informatie;
    - het bieden van een centraal loket voor inkomende en uitgaande post (voor zover dat voor die post wettelijk is bepaald dan wel aanvullend is afgesproken);
    - het nemen van initiatieven om tot een juiste en tijdige afstemming van gezamenlijke overheidsacties te komen.

Van kennisgeving tot toezicht en handhaving

Het één-loket richt zich op het volledige werkproces van de overheden inzake het Brzo 1999: van het verkrijgen van de kennisgeving tot en met toezicht en handhaving. Binnen het één-loket vindt echter geen besluitvorming plaats. Er wordt niet in bevoegdheden getreden van de individuele bevoegde gezagen. Het één-loket richt zich op:

  • de relatie tussen gezamenlijke overheden en individuele bedrijven (drijver van het bedrijf, werkgever en OR);
  • het beantwoorden van frontoffice-vragen (direct beantwoorden van algemene vragen en van planningsvragen en ervoor zorgen dat overige vragen tijdig ter beantwoording worden doorgezet naar de verantwoordelijke dienst);
  • de coördinatie van overleg met individuele bedrijven in het kader van inspecties en handhaving, onder meer de inspectieplanning;
  • de relatie tussen gezamenlijke overheden en branches van bedrijven of publiek;
  • de coördinatie van overleg tussen de overheden en branches;
  • de bijdrage aan de publiekscommunicatie (bijvoorbeeld via een gezamenlijke website) over in- en externe veiligheid, milieubeheer en rampbestrijdingsplannen.

De manier waarop en ambitie waarmee het begrip één-loket wordt ingevuld, wordt mede bepaald door de lokale overheden. De mogelijkheid bestaat immers om de één-lokettaak in het kader van het Brzo 1999 te combineren met andere communicatieverplichtingen.

Lees verder over Ambtelijke coördinatie.