Ambtelijke coördinatie

Doel van coördinatie

Waar diverse instanties en vele individuele medewerkers samenwerken, is coördinatie onmisbaar voor een goed verloop van die samenwerking. Het bg Wabo treedt op als coördinerend bevoegd gezag. Hierbij wordt, waar het de inspectie aangaat, deze coördinatie uitgevoerd door de maatlatorganisatie milieu in het betreffende werkgebied. Het coördinerend bevoegd gezag wordt gezien als ‘systeembeheerder’ en spant zich in om de samenwerking naar behoren te doen verlopen. Het bg Wabo onderneemt actie en stimuleert waar nodig. Het doel is te bevorderen dat:

  • de samenwerking tussen de Brzo-partners efficiënt verloopt;
  • de inspecties niet nodeloos belastend zijn voor het bedrijfsleven.

Taken coördinerend bevoegd gezag

De wettelijke basis voor het coördinerend bevoegd gezag is als volgt vastgelegd:

  • actie ondernemen en stimuleren: artikel 16, lid 6 en artikel 24,lid 7, Brzo 1999;
  • coördinatie van activiteiten en informeren van andere overheden: diverse artikelen in het Brzo 1999 (met name artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 1, artikel 10, lid 4, artikelen 15, 16, 18 en 24, Brzo 1999).

Het coördinerend bevoegd gezag verzorgt de volgende taken:

  • het management van de uitvoering (horizontale coördinatie):
    • gecoördineerde verspreiding van informatie tussen de samenwerkende overheden;
    • coördinatie van gezamenlijke niet-inspectiegebonden activiteiten (bijvoorbeeld het actueel houden van de bedrijvenlijst, inspelen op wijzigingen in de regelgeving, organisatie van netwerkbijeenkomsten, opstellen en actueel houden van regionale samenwerkingsprocedures);
    • beoordelen op Brzo-aspecten en verspreiden van relevante informatie met betrekking tot vergunningverlening (bijvoorbeeld oprichtingsvergunningen, significante wijzigingen in bestaande vergunningen, wijzigingsvergunningen en revisievergunningen);
    • opstellen en wijzigen bestuurlijk inspectieprogramma (BIP) en coördineren van een inspectieplanning;
    • coördinatie van de conclusies over het veiligheidsrapport (VR) (toets op tegenstrijdigheden en het bevorderen van het juist verlopen van het totstandkomingsproces);
    • coördinatie van het overleg met betrekking tot inspecties en de inzet van handhavinginstrumenten.
  • het monitoren en reageren op afwijkingen:
    • verzamelen en evalueren van voortgangsgegevens, realisatiegegevens en kwaliteitsgegevens (bijvoorbeeld nagaan of het percentage binnen de afgesproken termijn is gerealiseerd) met betrekking tot toezicht en handhaving;
    • signaleren van geconstateerde afwijkingen met een structureel of incidenteel karakter indien ernstig van aard en organiseren of doorvoeren van verbetermaatregelen.
  • de relatie tussen het LAT en de uitvoering (verticale coördinatie):
    • uitwisselen van managementinformatie zowel top-down als bottom-up.

Coördinatiestructuur

Een belangrijk onderdeel van de coördinatie betreft de inspectie-aanpak: waar, wanneer en waarop zullen inspecties zich richten? Afspraken hierover worden in maatlatverband gemaakt. Dat wil zeggen dat de bevoegde gezagen zich in regionaal verband op basis van de afspraken in het BIP laten vertegenwoordigen door maatlatorganisaties. Overlegvormen, zowel op management- als op coördinatieniveau, bewerkstelligen een efficiënte samenwerking tussen de inspectiepartners.