Proces 5. Opstellen bestuurlijk inspectieprogramma (BIP)

Doel

Het doel van dit proces is het inspectiebeleid voor alle bedrijven voor meerdere jaren vast te leggen teneinde vanuit het bestuur te richten op de gezamenlijke, efficiënte en effectieve uitvoering van de Brzo-inspecties. Hierbij is van belang dat bij de verschillende betrokken organisaties voldoende personeel (zowel kwantitatief als kwalitatief) aanwezig is. Uitgangspunt is daarbij dat voldaan wordt aan de eisen die gesteld zijn aan kernteams van inspecteurs en geformuleerd in de Kwaliteitscriteria LAT Risicobeersing Bedrijven en het toezichtmodel.

Toepassingsgebied

Het wettelijk kader voor een bestuurlijk inspectieprogramma (BIP) is vastgelegd in artikel 18 van de Seveso II-richtlijn. Het artikel is uitgewerkt in artikel 24 van het Brzo 1999. In lid 1 van dit artikel is de verplichting neergelegd om een inspectieprogramma op te stellen. Lid 6 van dit artikel geeft aan dat op basis van het inspectieprogramma de inspectiefrequentie kan worden aangepast. Gangbare interpretatie van lid 1 is dat het inspectieprogramma bestuurlijk dient te worden geaccordeerd.

Aanleiding

Per gemeente, provincie of Brzo-regio start het betrokken bevoegd gezag Wabo (al dan niet gezamenlijk) dit proces bij het begin van het laatste jaar van de looptijd van het inspectieprogramma.

Producten en kwaliteitscriteria

PRODUCTEN

KWALITEITSCRITERIA

Bestuurlijk inspectieprogramma

Opgesteld conform controlelijst Inspectieprogramma (bijlage C1).
Niet ouder dan 5 jaar.
De procedure voor het opstellen van een jaarplanning is ondergebracht in het bestuurlijk inspectieprogramma.

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Organisatie Bevoegdheden Verantwoordelijkheden
Bg Wabo Vrijgeven inspectieprogramma voor goedkeuring.
Vaststellen inspectieprogramma. Het inspectieprogramma moet in overeenstemming zijn met het beleid van het bg Wabo.
Er moet een met de veiligheidsregio en de Inspectie SZW afgestemd inspectieprogramma zijn.
Inspectie SZW Bestuurlijk instemmen met het inspectieprogramma. Het inspectieprogramma moet in overeenstemming zijn met het beleid van de Inspectie SZW, directie MHC.
Bg Wvr Bestuurlijk instemmen met het inspectieprogramma. Het inspectieprogramma moet in overeenstemming zijn met het beleid van de veiligheidsregio.
Bg Waterwet Advies uitbrengen op het concept-inspectieprogramma. Geen.

Processchema

proces5gif13kb

Procesbeschrijving

ACTIVITEIT/
PROCESSTAP

ROL

BESCHRIJVING

PRODUCT/REGISTRATIE

1. Opstellen projectgroep

Manager Wabo

Nodigt de betrokken overheden (eventueel ook Waterwet-adviseur) uit voor een projectgroep om het inspectieprogramma op te stellen. Projectgroep IP

2. Opstellen concept-
inspectieprogramma

Projectgroep

Stelt het inspectieprogramma in concept op.

Concept-
inspectieprogramma

3. Komen tot inspectieprogramma voor bestuurlijke accordering

(Betrokken) Manager(s) Wabo
Manager MHC
Manager(s)
veiligheidsregio
Bespreekt het concept-inspectieprogramma en laat het op basis van de gemaakte opmerkingen aanpassen door de projectgroep IP.

Inspectieprogramma

4. Instemming inspectieprogramma

Manager(s) Wabo

Stuurt inspectieprogramma ter bestuurlijke instemming aan:

  • B&W van de betrokken gemeenten;
  • Bestuur veiligheidsregio
  • de manager MHC.

Bevestiging instemming

5. Bestuurlijk vaststellen inspectieprogramma

Manager(s) Wabo

Laat inspectieprogramma bestuurlijk vaststellen door:

  • Bg Wabo.

Vastgesteld inspectieprogramma

6. Versturen inspectieprogramma

Manager(s) Wabo

Verstuurt het inspectieprogramma ter informatie naar:

  • B&W van de betrokken gemeenten;
  • Bestuur veiligheidsregio
  • de manager MHC;
  • de betrokken waterkwaliteitsbeheerders;
  • LAT-bureau, ter publicatie op www.latrb.nl.

Verzendbrief inspectieprogramma