Levensfasen

Voor het bepalen van de borging van de maatregel in het VBS dient vooraf per maatregel een keuze in een of meer levensfasen gemaakt te worden. De levensfasen zijn:

Ontwerp

De basis voor het ontwerp van de maatregelen is het beleid ten aanzien van de beheersing van risico’s, het PBZO. Door de maatregel juist te ontwerpen wordt deze via VBS-element c (de identificatie van gevaren en beoordeling van risico’s van zware ongevallen) passend gemaakt ten aanzien van het beleid. Bij het ontwerp van een maatregel kunnen diverse elementen van het VBS een belangrijke rol spelen:

  • element d (de beheersing van de uitvoering) moet het opnemen van de nieuwe maatregel in inspectielijsten en in het onderhoudssysteem waarborgen;
  • er moet worden beoordeeld of er consequenties zijn voor de opleiding en training van personeel dat met de maatregel moet werken. Dit is een onderdeel van element b (de organisatie en de werknemers);
  • de eventuele consequenties voor aanpassing van de planning voor noodsituaties (element f) moeten worden ingeschat;
  • nieuwe of aangepaste maatregelen moeten worden opgenomen in een onderhoudsprogramma;
  • als het een wijziging is van een installatie, of onderdeel ervan betreft, zal het ontwerp van de maatregel zijn opgenomen in een wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen van procedures;
  • bij de beoordeling of de maatregel voldoet aan de geplande doelstellingen moeten er, afhankelijk van het soort maatregel, ten behoeve van het element g (toezicht op de prestaties) prestatie-indicatoren worden ontwikkeld. Als bijvoorbeeld een procedure onderdeel uitmaakt van een maatregel kan deze worden opgenomen in een interne audit (element h).

Constructie

Het ontwerp vormt de basis voor de constructie van een maatregel. Afhankelijk van diverse parameters zoals beleidsuitgangspunten en de ingeschatte risico’s zal het niveau van de constructie van een maatregel en de controle erop worden ingevuld. Ook hierbij zijn diverse elementen van het VBS betrokken:

  • bij element d (beheersing van de uitvoering) is de juiste en veilige bouw van maatregelen via werkvoorschriften en werkvergunningen geborgd;
  • als het een omvangrijke wijziging betreft, zal er onder beheersing van de uitvoering (element d) een apart project van worden gemaakt waarin zowel de juiste bouw als veiligheid zijn ondergebracht;
  • de kwalificatie van degenen die de maatregel bouwen moet mogelijk apart worden beoordeeld. Dit is vaak een onderdeel van element b (organisatie en de werknemers);
  • tijdens de bouwsituatie kan ten behoeve van de planning voor noodsituaties (element f) een apart regiem gelden. Bijvoorbeeld in geval er een groot aantal contractors aanwezig is;
  • om te beoordelen of tijdens de bouw het een en ander goed verloopt (wordt er gebouwd zoals ontworpen, wordt er veilig gebouwd en worden de juiste procedures goed toegepast?) dienen er prestatie-indicatoren te worden vastgesteld en mogelijk auditplannen te worden aangepast. Deze zaken vallen onder de elementen g (toezicht op prestaties) en h (audits en beoordeling);
  • de nieuwe situatie moet worden ondergebracht in de daarvoor bestemde tekeningen en overige documenten. Dit is vaak een onderdeel van de wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen;
  • aan het einde van de bouwfase moet het nieuwe gedeelte worden overgedragen. Hier kan een aparte wijziging in voorzien.

Bediening

In de bedieningsfase ligt de nadruk op het feit of de maatregel juist wordt gebruikt door de bedieningsvakmensen (operators). Ook hier zijn weer diverse VBS-elementen relevant:

  • als onderdeel van de organisatie en de werknemers (element b) moet het bedienend personeel adequaat voor de toegemeten taak zijn opgeleid en getraind. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met hoe te handelen in noodsituaties (element f);
  • de bij de bediening horende procedures, met inbegrip van inspecties, moeten zijn opgenomen in juiste en begrijpbare procesbeschrijvingen (element d);
  • apart onderdeel van de beheersing van de uitvoering (element d) bestaat uit de analyse van de diverse inspectieresultaten. Deze analyse en eventueel voor te stellen acties moeten via een directiebeoordeling een vervolg krijgen. De bij het ontwerp vastgestelde prestatie-indicatoren moeten in het VMS worden opgenomen. Ook moeten ze bij de directiebeoordeling worden betrokken;
  • indien er bij de maatregel een procedure hoort, moet deze in het auditprogramma worden opgenomen. Daarnaast moet zijn geregeld dat de resultaten via een directiebeoordeling een juiste opvolging krijgen.

Onderhoud

In de onderhoudsfase ligt de nadruk op het feit of de maatregel juist wordt onderhouden en of de koppeling tussen de inspectie van de maatregel en adequaat onderhoud is geregeld. Voorbeelden van relevante VBS-elementen zijn:

  • opleiding en training van personeel (onderdeel van element b) omdat men er zowel intern als extern mede voor moet zorgen dat maatregelen goed worden onderhouden;
  • onderhoudsprocedures moeten zijn opgenomen onder beheersing van de uitvoering (element d);
  • tijdens de onderhoudsfase kan ten behoeve van de planning voor noodsituaties een apart regiem gelden. Bijvoorbeeld in het geval er een groot aantal contractors aanwezig is;
  • tijdens de uitvoering van onderhoud moet toezicht worden uitgeoefend (vaststellen van en toetsen op prestatie-indicatoren) en moeten de relevante procedures zijn opgenomen in een auditprogramma.