VBS-inspectieonderwerpen

Een VBS-element is verdeeld in een aantal inspectieonderwerpen. Deze inspectieonderwerpen zijn niet afzonderlijk genoemd in de methodiek, maar staan wel in de Inspectieruimte (IR) en in de tussenkopjes in de aandachtspuntenlijsten VBS (bijlagen C5A en C5B). Bij een systeemgerichte benadering zijn dit de onderwerpen waar een oordeel over gevormd moet worden aan de hand van de beoordelingsgrondslagen en waarderingsschaal. De aandachtspuntenlijsten VBS zijn gesplitst in een initieel deel, waarin met name wordt gekeken naar ‘aanwezig’ en ‘gedocumenteerd’ en een vervolgdeel, waar ook nog gekeken wordt naar ‘geïmplementeerd’.

De lijsten zijn een logische samenbundeling waarbij gebruik is gemaakt van de voormalige NIM C5-lijst, de NIVRIM-lijst, de NTA 8620 en elementen uit OHSAS 18001. Vanzelfsprekend hoeven per onderwerp niet alle punten aan de orde te komen. De aandachtspuntenlijsten geven de inspecteur een leidraad voor het beoordelen van de diverse onderwerpen.

SMART

In de inspectiemethode komt regelmatig de afkorting SMART voor. Deze afkorting wordt gebruikt voor maatregelen en het VBS. De letters van SMART staan voor:

  • Specifiek: de doelstelling of activiteit moet eenduidig zijn;
  • Meetbaar: onder welke (meetbare en observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel of activiteit bereikt;
  • Acceptabel: gaat de doelgroep en/of management deze doelstelling of activiteit accepteren;
  • Realistisch: de doelstelling of activiteit moet haalbaar zijn;
  • Tijdgebonden: wanneer (in de tijd) moet het doel of activiteit bereikt zijn.

In plaats van Acceptabel of Aanvaardbaar wordt ook vaak Aanwijsbaar gebruikt (wie realiseert het doel?). Ook wordt soms het Engelse Achievable gebruikt, dit verwijst eerder naar het aspect haalbaarheid. Een bijkomend criterium dat vaak wordt ingebracht is Relevant (is de doelstelling waardevol voor de organisatie of de betrokkenen?), dat dan weer verband houdt met de aanvaardbaarheid.