Module 5.2 - MRA-beoordeling

Kernvraag

Wordt voldaan aan de stand der veiligheidstechniek en zijn de milieurisico’s voor het oppervlaktewater acceptabel?

Inleiding

Met een milieurisicoanalyse (MRA) worden de risico’s van onvoorziene lozingen voor het oppervlaktewater of voor een rioolwaterzuivering (RWZI) beoordeeld. De MRA beschrijft de lozingssituatie, risicovolle stoffen en activiteiten, stand der veiligheidstechniek en een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) met het model Proteus.

In deze module wordt de MRA in de praktijk op juistheid beoordeeld en de Lines of Defence (LOD’s), het veiligheidsbeheerssysteem (VBS) en het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) op implementatie. De controlelijst Toetsgronden MRA (bijlage C11) wordt ingevuld met de bevindingen. Vervolgens wordt in totaliteit een oordeel gegeven over de stand der veiligheidstechniek en (rest-)risico’s.

Inspectievragen

  • Is de MRA gedocumenteerd en geschikt (volledig en juist)?
  • Komt de praktijksituatie overeen met de in de MRA beschreven bedrijfsactiviteiten, afstroomroutes, selectie van stoffen en activiteiten, stand der veiligheidstechniek en Proteusmodellering?
  • Zijn de scenario's in overeenstemming met de werkelijkheid?
  • Zijn de aanwezige LOD's geschikt en geïmplementeerd?

De antwoorden op deze vragen leiden tot het antwoord op de kernvraag: Wordt voldaan aan de stand der veiligheidstechniek en zijn de milieurisico’s voor het oppervlaktewater acceptabel?

Hulpbronnen:

  • Toetsgronden MRA (bijlage C11)
  • Stand der veiligheidstechniek, RIZA rapport 99.033
  • De selectie van activiteiten binnen inrichtingen, RIZA rapport 99.033
  • Integrale aanpak van risico’s onvoorziene lozingen, CIW februari 2000
  • Proteus

module52gif13kb 7 6 4 5 3 2 1

Toelichting

1

Beoordeling papieren MRA
Inspectievraag: Is de MRA gedocumenteerd en geschikt (volledig en juist)?
Inspectievraag: Komt de praktijksituatie overeen met de in de MRA beschreven bedrijfsactiviteiten, afstroomroutes, selectie van stoffen en activiteiten, stand der veiligheidstechniek en Proteusmodellering?

De volledigheid van het MRA is beoordeeld tijdens de VR-beoordeling (werkproces 8 en Module 1.0) en levert input voor de inspectie op juistheid van de papieren MRA-beoordeling. Het MRA-deel van de inspectie bestaat uit een aantal onderdelen:

  • bespreking van het MRA-document met betrekking tot onder andere ontbrekende informatie en vraagpunten;
  • inspectieonderwerpen en verificatie van MRA-aannames (onder andere afstroomroutes, stand der veiligheidstechniek, selectie van stoffen en Proteusmodellering).

Doel van het inspectiedeel is de verificatie van de in de MRA gepresenteerde risico’s voor het oppervlaktewater of rioolwaterzuivering. De bevindingen worden ingevuld in de controlelijst Toetsgronden MRA (bijlage C11) en naar het bevoegd gezag Wabo gestuurd.

2

Visuele inspectie
Voor de beoordeling van de juistheid van een MRA kan een visuele inspectie deel uitmaken van het VR-beoordelingstraject. Als de waterkwaliteitsbeheerder de bedrijfs- of lozingssituatie echter goed kent vanuit eerdere inspecties op locatie, of als andere bevoegde gezagen de situatie goed kunnen schatten, dan hoeft een inspectie op locatie niet noodzakelijkerwijs plaats te vinden.

3

Beoordeling (rest)risico’s
Na de MRA-inspectie worden de risico’s die zijn berekend met Proteus getoetst aan het referentiekader en beoordeeld of de risico’s acceptabel zijn. De bevindingen van de beoordeling van de (rest)risico’s worden ingevuld in de controlelijst Toetsgronden MRA (bijlage C11) en naar het bg Wabo gestuurd.

4

Oordeel MRA
Inspectievraag: Is de MRA gedocumenteerd en geschikt (volledig en juist)?

De bevindingen uit de vorige stappen worden samengevat in het inspectierapport. Aan de hand van deze bevindingen wordt een waardeoordeel gegeven. Dit waardeoordeel is van invloed op de prioritering van een maatregelgerichte inspectie (stap 5) in het meerjareninspectieplan (MIP).

Een waardeoordeel wordt gegeven over de volledigheid en juistheid van de MRA:

  • de volledigheid van een MRA wordt gewogen tegen de beoordelingsgrondslag ‘gedocumenteerd’;
  • de juistheid van een MRA wordt gewogen tegen de beoordelingsgrondslag ‘geschikt’.

5

Inspectie op basis van module 2.3
Inspectievraag: Zijn de scenario's in overeenstemming met de werkelijkheid?
Inspectievraag: Zijn de aanwezige LOD's geschikt en geïmplementeerd?

Tijdens de inspectie worden MRA-scenario’s en installatiescenario's, representatief voor een MRA-scenario, geselecteerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Module 2.2. Conform Module 2.3 wordt vervolgens een maatregelgerichte inspectie uitgevoerd. Deze inspectie resulteert in bevindingen met betrekking tot het PBZO, VBS en LOD's.

6

Oordeel PBZO, VBS en LOD’s
Na het uitvoeren van een inspectie met behulp van Module 2.3 kan een oordeel worden gegeven over de werking van het PBZO, VBS en LOD’s.

7

Oordeel milieurisico's en stand der veiligheidstechniek
Kernvraag: Wordt voldaan aan de stand der veiligheidstechniek en zijn de milieurisico’s voor het oppervlaktewater acceptabel?

Op basis van het MRA-oordeel over stand der veiligheidstechniek, de (rest)risico’s en het oordeel over het PBZO, VBS en LOD’s kan een definitief oordeel gevormd worden over de milieurisico’s voor het oppervlaktewater. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met het oordeel van het PBZO, VBS en LOD’s in relatie tot de berekende restrisico’s.