Module 5.1 - QRA-beoordeling

Kernvraag

Is het externe veiligheidsrisico acceptabel?

Inleiding

Met behulp van deze module kan beoordeeld worden of de externe veiligheidsrisico’s (EV) van een bedrijf acceptabel zijn. De module combineert de kwantitatieve risicoanalyse (QRA)-beoordeling met het oordeel over het functioneren van het veiligheidsbeheerssysteem (VBS) tot een oordeel over het acceptabel zijn van de EV.

De beoordeling van de QRA vindt plaats op volledigheid en juistheid middels een ‘papieren’ QRA-beoordeling en een QRA-inspectiedeel.

Inspectievragen

QRA

  • Is het QRA gedocumenteerd en geschikt (volledig en juist)?
  • Kunnen de gepresenteerde PR en GR (in de praktijk) worden geverifieerd (geïmplementeerd)?
  • Voldoen de gepresenteerde en geverifieerde PR en GR aan de wettelijke eisen van het Bevi?

Externe Veiligheidsrisico’s

  • Wat kan op basis van de QRA-beoordeling en de VBS-beoordeling worden gezegd over de werkelijke EV?

Hulpbronnen

module51gif13kb 1 4 3 2 5 6 7


Toelichting

1

Inspectie op basis van Module 1.2, 1.3 en 2.3

Voorafgaand aan de QRA- en EV-beoordeling vindt een inspectie plaats op basis van de Modules 1.2, 1.3 en/of 2.3.

2

Oordeel VMS (PBZO en VBS)

Na het uitvoeren van een inspectie met behulp van de Modules 1.2, 1.3 en/of 2.3 kan een oordeel worden gegeven over de werking van het VBS en/of de Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO)-maatregelen.

3

QRA

Als input voor de QRA-beoordeling wordt de QRA uit het VR gebruikt.

4

Papieren QRA-beoordeling
Inspectievraag: Is het QRA gedocumenteerd en geschikt (volledig en juist)?

De papieren QRA-beoordeling vindt plaats aan de hand van de Brzo- en Rrzo-checklist (zie de controlelijst QRA-beoordeling (bijlage C9)). Uit de papieren beoordeling komen de volgende bevindingen:

  • vraagpunten, onduidelijkheden of onjuistheden in de QRA;
  • inspectie-onderwerpen.

5

Inspectie QRA-deel
Inspectievraag: Kunnen de gepresenteerde PR en GR (in de praktijk) worden geverifieerd (geïmplementeerd)?

Het vervolg op de papieren QRA beoordeling is een QRA-inspectiedeel. Het doel van dit inspectiedeel is de verificatie van de in de QRA gepresenteerde plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het QRA-deel van de inspectie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • inspectie van QRA scenario’s;
  • verificatie van de aannames (insluitsystemen, lokatie-afsluiters etc.).

Na de inspectie vindt een toets van het PR en GR plaats op hoofdlijnen. Hierbij worden de voor het EV belangrijkste scenario’s gemodelleerd. De uitkomsten zouden in grote lijnen overeen moeten komen met de in de QRA gepresenteerde PR-contouren en GR-curve.

6

Oordeel QRA
Inspectievraag: Voldoen de gepresenteerde en geverifieerde PR en GR aan de wettelijke eisen (Bevi)?

De bevindingen uit de stappen 4 en 5 worden samengevat in het inspectierapport aan de hand van het evaluatieformulier in de controlelijst Toetsgronden QRA (bijlage C10). Op basis van deze bevindingen wordt een oordeel gevormd over het voldoen aan de wettelijke Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)-eisen voor PR en GR.

7

Oordeel EV
Kernvraag: Is het externe veiligheidsrisico acceptabel?

Op basis van het QRA-oordeel en het oordeel over het veiligheidsmanagementsysteem (VMS, bestaande uit het PBZO en VBS) kan een oordeel gevormd worden over de EV. Hierbij moet in het achterhoofd worden gehouden dat bij het opstellen van een QRA (faalfrequenties, PR en GR) wordt uitgegaan van een bedrijf met een gemiddeld VBS. Mocht uit een inspectie als bevinding komen dat het PBZO en VBS van een bedrijf minder dan gemiddeld is, dan kunnen vraagtekens worden gezet bij de in de QRA gepresenteerde risico’s.

In de toekomst zal wellicht een methode worden ontwikkeld om de werking van een VBS te kwantificeren en zodoende mee te laten tellen in de EV van een bedrijf. Op dit moment is het alleen kwalitatief mogelijk. De conclusie dat een bedrijf met een minder dan gemiddeld VBS leidt tot grotere EV kan echter nu al worden getrokken en worden vastgelegd in het inspectierapport.