Module 4.3 - Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding

Kernvraag

Is de voorbereiding op de rampenbestrijding door het bedrijf optimaal?

Inleiding

Met behulp van deze module wordt beoordeeld wat het bedrijf doet om de overheid als voorbereiding op een ramp dan wel tijdens de ramp van informatie te voorzien. De rampenbestrijding is een taak van de overheid. Het geven van afdoende informatie voor en tijdens een ramp is een taak van het bedrijf.

In deze module wordt ingegaan op de scenario’s ter voorbereiding van de rampenbestrijding en op het beheer van de informatie waarover de overheid moet kunnen beschikken om (in overleg met het bedrijf) een goed werkend rampbestrijdingsplan op te stellen en in stand te houden. In deze module is een Plan, Do, Check en Act (PDCA)-cyclus toegepast. De beantwoording van de centrale vraagstelling gebeurt door zowel documentatieonderzoek (veiligheidsrapport (VR), bedrijfsnoodplan etc.) als een (visuele) inspectie op het bedrijf. Bij de voorbereiding moet het rampbestrijdingsplan en het VR worden gebruikt. Beoordeling vindt plaats op de beoordelingsgrondslagen ‘gedocumenteerd’, ‘geschikt’ en ‘geïmplementeerd’.

Module 4.3 kent overlappingen met andere modules. Door deze module als uitgangspunt te nemen wordt een themagerichte inspectie gehanteerd. In andere modules van deze Werkwijzer wordt aan de hand van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) en specifieke maatregelen geïnspecteerd wat het bedrijf doet om een incident te voorkomen dan wel te beperken. Om de vraagstelling van Module 4.3 te kunnen beantwoorden kan de inspecteur dus ook gebruikmaken van Modules 1.0, 2.1, 3.1 en 3.2.

Inspectievragen

  • Heeft het bedrijf beleid opgesteld (PBZO-document) waaruit blijkt dat het optimaal is voorbereid op dreiging of het daadwerkelijk plaatsvinden van een ramp?
  • Is de informatie ten behoeve van het door de overheid op te stellen rampbestrijdingsplan volledig en actueel?
  • Zijn de rampbestrijdingsscenario’s op de juiste wijze geselecteerd?
  • Zijn alle mogelijke effecten (brand, explosie, toxisch en milieu (water, lucht en bodem)) benoemd?
  • Zijn de in het VR beschreven rampscenario’s volledig?
  • Zijn de in het VR beschreven rampscenario’s geschikt (juist)?
  • Is de informatie over de maatregelen die het bedrijf neemt om beheersing en bestrijding mogelijk te maken juist?
  • Wordt de informatie ten behoeve van het rampbestrijdingsplan periodiek door het bedrijf gecheckt en geactualiseerd?

De antwoorden op deze vragen leiden tot een antwoord op de kernvraag: Is de voorbereiding op de rampenbestrijding door het bedrijf optimaal?

Hulpbronnen

  • PGS 6 Aanwijzingen voor implementatie van Brzo 1999 (bijlage 6 Rampscenario’s en bijlage 7 Informatie ten behoeve van rampbestrijding)
  • Module 1.0 Volledigheid veiligheidsrapport
  • Module 2.1 Beoordeling van de methode van scenarioselectie door het bedrijf
  • Module 3.1 Beoordeling installatiescenario’s
  • Module 3.2 Intern noodplan
  • Aandachtspuntenlijst VBS – Initiële en Vervolginspectie (bijlagen C5A en C5B)
  • Aandachtspuntenlijst Inspectie voorbereiding op de rampenbestrijding (bijlage C12)

module43gif14kb 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding 4.3 Beoordeling voorbereiding op de rampenbestrijding

Toelichting

1

Uitgangspunten PBZO
Inspectievraag: Heeft het bedrijf beleid opgesteld (PBZO-document) waaruit blijkt dat het optimaal is voorbereid op dreiging of het daadwerkelijk plaatsvinden van een ramp?

Beschreven moet zijn dat het bedrijf wil voldoen aan het Besluit informatie inzake rampen en crises (Birzo). Het gaat er hierbij om alle beschikbare en meest actuele gegevens aan de overheid te verstrekken. Dit betreft gegevens aan de hand waarvan de gevolgen van de ramp (of de dreigende ramp) voor de bevolking of het milieu kunnen worden beoordeeld:

  • bij dreiging van een ramp;
  • tijdens een ramp;
  • na een ramp.
2

Informatie uit het VR
Inspectievraag: Zijn de rampbestrijdingsscenario’s op de juiste wijze geselecteerd?
Inspectievraag: Zijn alle mogelijke effecten (brand, explosie, toxisch en milieu (water, lucht en bodem)) benoemd?
Inspectievraag: Zijn de in het VR beschreven rampscenario’s volledig en geschikt (juist)?
Inspectievraag: Is de informatie ten behoeve van het door de overheid op te stellen rampbestrijdingsplan volledig en actueel?

Het VR dient, volgens de aan artikel 10 van het Brzo 1999 gerelateerde bijlage III, gegevens te omvatten die met het oog op de voorbereiding van de rampenbestrijding noodzakelijk zijn. Dit onderdeel van het VR betreft een beschrijving van de zones (binnen en buiten het bedrijf) die door een zwaar ongeval zouden kunnen worden getroffen, voor zover deze zones van belang zijn voor de interne veiligheid, de externe veiligheid en de voorbereiding van de rampenbestrijding. Vanuit dit laatste perspectief bezien is het van belang dat in het VR, naast de relevante plaatsgebonden risicocontouren (zie bijlage III, artikel 10 tweede lid), scenariobeschrijvingen met effectafstanden worden opgenomen.

Rampenbestrijding binnen het bedrijfsgebied
Bij de zones die van belang zijn voor de voorbereiding van de rampenbestrijding gaat het primair om het gebied waarbinnen ten gevolge van een calamiteit in het bedrijf een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate kunnen worden bedreigd of geschaad.

Maatregelen door het bedrijf
Voor een dergelijk gebied moet een bedrijf in het kader van de voorbereiding van de rampenbestrijding een groot aantal maatregelen treffen en deze vastleggen in het VR. Hierbij valt te denken aan:

  • het vooraf aan de bevolking verschaffen van gegevens over de mogelijke gevolgen van een calamiteit;
  • de maatregelen aangeven die de bevolking bij een calamiteit of dreigende calamiteit moet nemen;
  • de maatregelen aangeven die de hulpverleningsdiensten moeten nemen.

Maatregelen door de overheid
Ook dient voor dat gebied door de overheid een groot aantal maatregelen te worden voorbereid die bij een calamiteit ten uitvoer moeten worden gebracht, bijvoorbeeld:

  • het bestrijden/beheersen van de calamiteit;
  • waarschuwing van de bevolking;
  • evacuatie;
  • gewondenopvang nabij de plaats van de calamiteit en in de ziekenhuizen;
  • opvang van bluswater;
  • schoonmaak en nazorg.

Het geheel van die maatregelen (door bedrijf en overheid) is beschreven in het rampbestrijdingsplan (zie de Handreiking rampbestrijdingsplan veiligheidsrapportplichtige bedrijven, BZK/2001).

Externe veiligheidszones
Bij de externe veiligheidszones (de zones die aan het bedrijfsgebied zijn gerelateerd, maar daarbuiten liggen) kan gedacht worden aan de plaatsgebonden risicozones. Het is belangrijk ten behoeve van de voorbereiding op de rampenbestrijding effectafstanden vast te stellen. Hierbij gaat het om de volgende criteria:

Aard Schade-effectafstand gerelateerd aan:
Giftige wolk1 LBW, AGW en VRW
Hittestraling 35, 10 en 3 kW/m2
Drukgolf 300, 100, 30 en 10 mbar
Milieu-effecten Door de inspecteur nader aan te geven criteria

Een belangrijke vraag met betrekking tot schade-effecten is welke scenario’s (installatiescenario’s, QRA-scenario’s, MRA-scenario’s, bedrijfsbrandweerscenario’s) maatgevend zijn en tot een ramp kunnen leiden. Volgens PGS 6 'Aanwijzingen voor implementatie van Brzo 1999' (bijlage 6 Rampscenario’s) dienen schade-effecten geselecteerd te zijn volgens de methodiek van de effectenbomen. Een beschrijving van de schade-effecten moet onderdeel zijn van het VR.

Met behulp van module 3.1 kan specifiek op de scenario’s met betrekking tot de rampenbestrijding worden geïnspecteerd.

3

Voorbereiding door bedrijf
Inspectievraag: Is de informatie over de maatregelen die het bedrijf neemt om beheersing en bestrijding mogelijk te maken juist?

Wil een bedrijf adequaat zijn voorbereid op een mogelijke ramp dan dient het:

  • bekend te zijn met de scenario’s die tot een ramp kunnen leiden;
  • te weten welke maatregelen ter reductie van de maximale gevolgen door het bedrijf kunnen worden genomen en in welke fase van het incident;
  • te beschikken over de (meest actuele en relevante) gegevens die bij melding direct aan de overheid moeten worden doorgegeven;
  • te beschikken over de (meest actuele en relevante) gegevens die dienen om direct de bevolking te kunnen waarschuwen;
  • te weten welke mensen, middelen en gegevens het bedrijf waar moet inzetten (liaisons in commando plaats incident (CoPI), operationeel team (OT) en beleidsteam (BT) van de veiligheidsregio).

Verder dient het bedrijf te beschikken over procedures voor:

  • de voorlichting richting bevolking en media, afgestemd op de voorlichting van de overheid;
  • de opvang van eigen personeel;
  • de afzetting van de incidentlocatie binnen het terrein;
  • de interne registratie van slachtoffers afgestemd op die van de overheid;
  • de nazorg van het bedrijf (deze dient aan te sluiten bij de gemeentelijke procedures);
  • de specifieke hulp die het bedrijf de overheid kan bieden.

Door deze punten geregeld te hebben (bijvoorbeeld in het bedrijfsnoodplan) is sprake van optimale voorbereiding op een ramp door het bedrijf.

4

Informatie-aanbod overheid
Inspectievraag: Is de informatie ten behoeve van het door de overheid op te stellen rampbestrijdingsplan volledig en actueel?

Het rampbestrijdingsplan wordt onder verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio opgesteld. Alle diensten bereiden zich voor op een gestructureerde inzet gedurende de eerste uren van de calamiteit. De hulpdiensten brandweer, politie, ambulancedienst, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR), gemeente en overige partijen moeten op basis van de gegevens van het bedrijf in staat zijn vanuit het rampbestrijdingsplan de omvang van het incident, het verwachte verloop van het incident en de meest adequate inzetstrategie te bepalen.

Vaak kan een bureau-oefening (rollenspel) door een operationeel omgevingsteam een goed beeld geven van de mogelijkheden die er zijn en de onmogelijkheden waarmee de hulpdiensten te kampen hebben.

5

Daadwerkelijke bijdrage bedrijf
Inspectievraag: Wordt de informatie ten behoeve van het rampbestrijdingsplan periodiek door het bedrijf gecheckt en geactualiseerd?

Om de informatie in het rampbestrijdingsplan en de gerelateerde procedures en instructies actueel te houden, zal het bedrijf het plan periodiek moeten evalueren en aanpassen (reviewen). Ook kan een gemeenschappelijke oefening (door overheid en bedrijf) aanleiding zijn voor een bedrijf om het rampbestrijdingsplan aan te vullen en de informatie richting de overheid hiermee te optimaliseren.

6

Oordeel voorbereiding op een ramp
Kernvraag: Is de voorbereiding op de rampenbestrijding door het bedrijf optimaal?

Op basis van de bevindingen kan een oordeel worden gevormd over de voorbereiding van de rampenbestrijding door het bedrijf.

noten

1 Interventiewaarden gevaarlijke stoffen (Ministerie van VROM): Levensbedreigende waarde (LBW), Alarmeringsgrenswaarde (AGW) en Voorlichtingsrichtwaarde (VRW).