Module 4.1 - Inspectie in het kader van bedrijfsbrandweeraanwijzing

Kernvraag

Worden de bepalingen in de aanwijzing bedrijfsbrandweer correct nageleefd?

Inleiding

Met behulp van deze module is het mogelijk om na te gaan of de bepalingen worden nageleefd die gesteld zijn in de aanwijzing bedrijfsbrandweer (artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's). Uitgangspunt is een aanwezige aanwijzing bedrijfsbrandweer waarin specifieke en algemene bepalingen zijn opgenomen. De aanwijzing berust op maatgevende scenario’s.

Beoordeling vindt plaats op de beoordelingsgrondslagen ‘gedocumenteerd’, ‘geschikt’ en ‘geïmplementeerd’. De beoordelingsgrondslag ‘geïmplementeerd’ kan via beoordeling van het veiligheidsbeheerssysteem (VBS) plaatsvinden (bijvoorbeeld via Module 1.3 of 2.3). In de toelichting Transponering algemene bepalingen bedrijfsbrandweer naar VBS-elementen (bijlage T6) is aangegeven in welke VBS-elementen de diverse bepalingen geborgd dienen te zijn.
Op basis van de bevindingen vanuit documentbeoordeling, interviews en het observeren van daadwerkelijk optreden bij een (maatgevend) brandweerscenario (in de vorm van een praktijktest) kan een oordeel worden gegeven over de volledigheid, geschiktheid en geïmplementeerdheid van de aanwijzing bedrijfsbrandweer als organisatorische maatregel.

Inspectievragen

  • Opereert de bedrijfsbrandweer volgens de taakanalyse zoals vastgelegd in het maatgevend scenario binnen de gestelde normen?

Aanwijzing

  • Is de aanwijzing bedrijfsbrandweer op de juiste wijze geïmplementeerd?
  • Is de identificatie van de gevaren, de beoordeling van de risico’s en de daaropvolgende selectie van de geloofwaardige scenario’s juist uitgevoerd?
  • Dient de aanwijzing bedrijfsbrandweer aangepast te worden?

VBS/managementthema’s

  • Zijn de maatregelen geborgd binnen het VBS?

De antwoorden op deze vragen leiden tot een antwoord op de kernvraag: Worden de bepalingen in de aanwijzing bedrijfsbrandweer correct nageleefd?

Hulpbronnen

  • Transponering algemene bepalingen bedrijfsbrandweer naar VBS-elementen (bijlage T6)
  • Werkwijzer bedrijfsbrandweren
  • Inspectie & Beoordelingsprotocol voor de Brandweer in het kader van het Brzo 1999 (IBBB)
  • PGS 6 Aanwijzingen voor de implementatie van het Brzo1999 (bijlage 5)


module41gif11kb 1 2 3 4 5 6

Toelichting

1

Bepaling maatgevend of geloofwaardig brandweerscenario
Inspectievraag: Is de identificatie van de gevaren, de beoordeling van de risico’s en de daaropvolgende selectie van de geloofwaardige scenario’s juist uitgevoerd?

Als een bedrijf een aanwijzing heeft gekregen tot het hebben van een bedrijfsbrandweer dan heeft het bedrijf via een bedrijfsbrandweerrapport inzichtelijk gemaakt welke potentiële brandgevaarlijke en giftige processen zich op het bedrijfsterrein afspelen en op welke wijze een inzet van de bedrijfsbrandweer een positieve invloed heeft op de bron- en effectbestrijding.

Uit de brandweerscenario’s in het bedrijfsbrandweerrapport selecteert de inspecteur een scenario. Merk op dat maatgevende scenario’s zijn afgeleid van geloofwaardige scenario’s. Bij vervolginspecties kan het nuttig zijn een geloofwaardig scenario te kiezen om te beoordelen of het bedrijf ook op deze voorstelbare scenario’s is voorbereid.

2

Selectie van relevante algemene bepalingen
Zowel het bedrijfsbrandweerrapport als de aanwijzing zelf kan de inspecteur gebruiken om te komen tot een selectie van relevante algemene bepalingen die hij gaat gebruiken voor de inspectie. Als hulpmiddel kan gebuik gemaakt worden van de Werkwijzer bedrijfsbrandweren, bijlage 4 Algemene bepalingen.

Indien de inspecteur kiest voor de maatregelgerichte inspectie zal afhankelijk van de gekozen algemene bepalingen bijhorende maatregelen, Lines of Defence (LOD’s), als input moeten dienen voor Module 2.3.

3

Inspectie
Afhankelijk van de te kiezen algemene bepalingen kan de inspecteur een keuze maken of hij een maatregelgerichte (Module 2.3) of systeemgerichte (Module 1.2) inspectie zal volgen bij het desbetreffende bedrijf.

4

VBS
Inspectievraag: Zijn de maatregelen geborgd binnen het VBS?

De borging en implementatie van de algemene bepalingen binnen diverse onderdelen van het VBS kunnen eventueel middels een aparte beoordeling (bijvoorbeeld via Module 1.3 of 2.3) plaatsvinden.

5

Praktijktest
Inspectievraag: Is de aanwijzing bedrijfsbrandweer op de juiste wijze geïmplementeerd?
Inspectievraag: Opereert de bedrijfsbrandweer volgens de taakanalyse zoals vastgelegd in het maatgevend scenario binnen de gestelde normen?

Uit de praktijktest van het gekozen scenario blijkt of de bedrijfsbrandweer volgens de taakanalyse binnen de gestelde normen opereert.

6

Oordeel inspectie
Inspectievraag: Dient de aanwijzing bedrijfsbrandweer aangepast te worden?
Kernvraag: Worden de bepalingen in de aanwijzing correct nageleefd?

Op basis van de bevindingen kan beoordeeld worden of het bedrijf voldoet aan de algemene bepalingen zoals vastgelegd in de beschikking van de veiligheidsregio.

Het eindoordeel kan leiden tot handhavingstrajecten of een aanpassing van de bedrijfsbrandweeraanwijzing. Zowel het handhavingstraject als de aanpassing van de bedrijfsbrandweeraanwijzing maken echter geen deel uit van de Brzo-inspectie en is afhankelijk van lokaal en/of regionaal vastgesteld handhavingsbeleid.