Toezichtmodel

Met het toezichtmodel (TM, bijlage T11) wordt op basis van de grootte, complexiteit en risico’s van het bedrijf, in combinatie met het functioneren van het veiligheidsbeheerssysteem (VBS), het aantal inspectiedagen bepaald dat per jaar in het kader van een Brzo-inspectie bij het bedrijf wordt doorgebracht. Ook de beleidskaders uit het BIP worden hierbij betrokken.

De doelstelling van het toezichtmodel  is om op transparante wijze de verdeling van het overheidstoezicht gerelateerd aan het Brzo 1999 te bepalen, gekoppeld aan de veiligheidssituatie van de bedrijven. Door onderlinge vergelijking van gelijksoortige situaties kan worden vastgesteld of er sprake is van een gelijke benadering. De uitkomsten van het TM bieden hier een objectieve maat voor.

Het resultaat van het TM is het aantal Brzo-inspectiedagen per jaar op locatie voor één kernteam van inspecteurs (de zogenaamde nominale toezichtlast). Afhankelijk van meerdere factoren kan worden bepaald hoe de dagen worden verdeeld over de tijd. De uitkomsten van het model zijn op deze manier richtinggevend voor de invulling van het toezicht door de overheid en helpen om tot een adequate inspectieplanning te komen. Het aantal inspectiedagen voor de inspectie moet worden gezien als een streefgetal, (beperkte) afwijking hiervan is (onderbouwd) mogelijk. Het voor het bedrijf ingevulde toezichtmodel moet, na het uitvoeren van de inspectie, op basis van de inspectieresultaten, door het kernteam worden aangepast.

In artikel 24 van het Brzo 1999 is als uitgangspunt vastgelegd dat bij VR-plichtige bedrijven jaarlijks een inspectie wordt gehouden, tenzij het bevoegd gezag op grond van een systematische evaluatie van de gevaren het bestuurlijk inspectieprogramma (BIP) heeft vastgesteld. De uitkomsten of scores die volgen uit het model, in samenhang met de resultaten van uitgevoerde inspecties, kunnen worden gebruikt als motivatie voor het aanhouden van een afwijkende frequentie.