C4 - Controlelijst PBZO-document

Het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) is verdeeld in zes hoofdaandachtspunten. Deze worden alle getoetst op de beoordelingsgrondslag ‘gedocumenteerd’.

De volgende documentatie ligt ten grondslag aan de eisen en toelichting van het PBZO-document:

  • Brzo 1999 NvT artikel 5;
  • Rrzo 1999 artikel 2, en NvT Rrzo 1999 artikel 2;
  • PGS 6;
  • Guidelines on a Major Accident Prevention Policy and SMS, par. 2, EUR 18123 EN.

Algemeen (artikel 5 lid 2 Brzo 1999)
Het Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) moet schriftelijk zijn vastgelegd en binnen het bedrijf voorhanden zijn. In het PBZO neemt het bedrijf zijn verantwoordelijkheid voor mens en milieu en wordt aangegeven waarop het mag worden aangesproken. Het PBZO mag worden opgenomen in bestaande beleidsdocumenten maar het moet expliciet helder zijn dat het gaat om de beheersing van de risico’s van zware ongevallen zoals gedefinieerd in de Seveso II-richtlijn.

In artikel 5 lid 2 van het Brzo 1999 wordt het beleid genoemd dat beschreven moet worden:

  1. beleid ter voorkoming van zware ongevallen, rekening houdend met de aanwezigheid en omvang van de risico’s;
  2. de doelstellingen en beginselen van het beleid inzake de beheersing van risico’s van zware ongevallen.

Nadere regels over de invulling en beschrijving van dit beleid zijn vastgelegd in artikel 2 van het Rrzo 1999.

Hoofdaandachtspunt 1: doelstellingen van het beleid
Artikel 5 lid 2 Brzo 1999: Algemene doelstellingen van het beleid inzake de beheersing van risico’s van zware ongevallen.

Door het beschrijven van algemene doelstellingen moet duidelijk worden hoe het bedrijf met dit beleid een hoog beschermingsniveau nastreeft. Het beschermingsniveau dat wordt nagestreefd dient te worden gegeven in de vorm van risicocriteria of uitgangspunten die worden gehanteerd bij de selectie van preventieve, beschermende en repressieve maatregelen (zie hoofdaandachtspunten 5 en 6).

Er dient te worden aangegeven binnen welke structuur (jaarplannen, VGM-plannen) de algemene doelstellingen periodiek worden geconcretiseerd in meetbare en controleerbare doelstellingen. Het betreft daarbij doelstellingen in de vorm van prestaties op het gebied van beheersing van risico’s van zware ongevallen die een organisatie nastreeft. Verder moet worden aangegeven op welke wijze de voortgang in de uitvoering van de plannen wordt bewaakt, zodat de effectiviteit van het beleid steeds kan worden geëvalueerd. De doelstellingen zijn gebaseerd op en hebben een relatie met de aanwezige risico’s bij het bedrijf.

Uit de doelstellingen moet naar voren komen wat het bedrijf accepteert als risico. De volgende zinsneden kunnen worden aangetroffen:

  • zorgdragen voor veiligheid;
  • beschermen van mens en milieu;
  • verantwoordelijk voor …;
  • nastreven hoog beschermingsniveau.

In het PBZO-document kan ook worden gerefereerd aan Prestatie Indicatoren die het bedrijf heeft vastgelegd met betrekking tot risico’s van zware ongevallen.

Hoofdaandachtspunt 2: beginselen van het beleid
Artikel 5 lid 2 Brzo 1999: Beginselen van het beleid inzake de beheersing van risico’s van zware ongevallen.

Uit de beschrijving moet blijken wat de uitgangspunten (beginselen) zijn op basis waarvan het beleid wordt vormgegeven en ten uitvoering wordt gebracht. In de beginselen moet een regelkring herkenbaar zijn waarin het risico, het beleid, het veiligheidsbeheerssysteem (VBS) en maatregelen met elkaar samenhangen. Er moet sprake zijn van een verbetercyclus waarin het beleid wordt bepaald en bijgesteld (artikel 5 lid 3 en 4 Brzo 1999).

De facetten Plan, Do, Check en Act (PDCA) moeten worden belicht voor de levensfases: procesontwerp, constructie, operatie en onderhoud, voor zover van toepassing in het betreffende bedrijf en in samenhang met de geïdentificeerde risico’s.
Kern van het systeem en bepalend voor het beleid en beheersmaatregelen is de risico-identificatie en -beoordeling.

Het bedrijf geeft aan hoe ze haar doelstellingen wil realiseren, bijvoorbeeld door het naleven van procedures of het voldoen aan wetgeving. Het VBS moet dienen om het beleid uit te voeren. In het document dient dan ook te worden aangegeven hoe het beleid is vormgegeven in het VBS. Er dient aandacht te zijn voor de verschillende levensfasen.

Hoofdaandachtspunt 3: weergave van de risico’s op hoofdlijnen
Artikel 2a Rrzo 1999: De risico’s.

De risico’s moeten in hoofdlijnen zijn beschreven in aard en omvang. Bij de beschrijving dient rekening gehouden te worden met de voornaamste binnen of buiten het bedrijf voorkomende gevaarsbronnen die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken. De beschrijving van aard en omvang betekent:

  1. aard van het risico: beschrijving van eigenschap of situatie die tot letsel of schade voor mens en milieu kan leiden (ongewenste gebeurtenis);
  2. omvang: beschrijving van het mogelijke effect daarvan binnen en buiten de inrichting en de kans dat de ongewenste gebeurtenis plaatsvindt.

Een zwaar ongeval (definitie Brzo 1999) is een gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een bedrijf, waardoor ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu ontstaat en waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Dit kunnen fysische of chemische gevaren zijn voor mens en omgeving (brand, explosie of vrijkomen giftige stof).

De methodes die worden gebruikt om de gevaren te identificeren, het risico te bepalen (kansen en gevolgen) en te beoordelen moeten onder hoofdaandachtspunt 4 (beginselen VBS) beschreven zijn.

Hoofdaandachtspunt 4: beginselen van het VBS uitgewerkt in de zeven elementen
Artikel 2b Rrzo 1999: Beginselen van het VBS.

Per element van het VBS (bijlage II Brzo 1999) moet worden aangegeven wat het beleid ten aanzien van dit onderwerp is. Uit de beschrijving moet blijken dat het beleid adequaat is uitgewerkt in het VBS. In de controlelijst is per VBS-element een aantal punten daartoe opgenomen.

Hoofdaandachtspunt 5: weergave van de risicocriteria
Artikel 2c Rrzo 1999: Risicocriteria.

Duidelijk moet blijken welke criteria het bedrijf hanteert bij het beoordelen van de risico’s:

  1. welke criteria worden toegepast om een afweging te maken tussen het beperken van de risico’s en de daaraan verbonden kosten;
  2. welke risico’s niet acceptabel zijn voor het bedrijf.

Hieruit moet blijken welke visie het bedrijf heeft ten aanzien van de noodzaak om maatregelen te nemen om risico’s te beperken. De aanbevolen presentatievorm is een risicomatrix waarin de (kwalitatieve) kansen en effecten zijn gerangschikt. De criteria dienen kansen en gevolgen van zware ongevallen te omvatten. Daarnaast dient duidelijk te worden waarop het bedrijf de criteria baseert. De koppeling met de scenario’s dient aangegeven te worden, de scenario’s kunnen worden geplaatst in de risicomatrix.

Hoofdaandachtspunt 6: de samenhang tussen maatregel en risico
Artikel 2d Rrzo 1999

Hier moet worden beschreven hoe de keuzes voor de toe te passen maatregelen ter reductie van het risico (Lines of Defence, LOD’s) worden gemaakt en wat hierbij de uitgangspunten zijn. Het betreft zowel organisatorische als technische LOD’s.

Voorbeelden:

  • SIL-systematiek waarin, afhankelijk van de gewenste risicoreductie, eisen worden gesteld aan de keuze en onderhoudsfrequentie/type van de benodigde regelingen en beveiligingen;
  • safety-layerssystematiek;
  • ontwerpen inherente veilige processen;
  • welke soorten maatregelen worden door het bedrijf onderscheiden, bijvoorbeeld preventief, repressief, onafhankelijk of mechanisch, en hoe wordt dit gekoppeld aan het risico;
  • heeft het bedrijf beleid geformuleerd waarmee het risico gekoppeld wordt aan de maatregel. Bijvoorbeeld bij een scenario met risicowaardering X moeten minimaal twee onafhankelijke LOD’s worden ingezet om het risico te beheersen.