Projectprogramma BeteRZO: de schouders onder verbetering

Home > Archief > BeteRZO 2004 - 2006

Projectprogramma BeteRZO: de schouders onder verbetering

Inhoud pagina: Projectprogramma BeteRZO: de schouders onder verbetering


In 2000 is het Besluit Risico's Zware Ongevallen (Brzo) in werking getreden ter implementatie van de Europese Seveso-richtlijn. Het Brzo is beleidsmatig en qua uitvoering complex. Dat bleek ook uit kritische evaluaties over de uitvoering van het BRZO in 2003 en 2004. Het toezicht op de BRZO-bedrijven had een dikke onvoldoende en dat moest beter.

Als positieve elementen kwam uit beide evaluaties dat er bij overheden en bedrijfsleven sinds de introductie van het BRZO meer aandacht is ontstaan voor veiligheid. Er is sprake van een verhoogd veiligheidsbewustzijn en men heeft veel van elkaar geleerd. Een reeks waarnemingen en gevolgtrekkingen op gebieden waar het minder goed gaat domineerde echter beide rapporten. De doelstellingen van het BRZO werden slechts gedeeltelijk gehaald, de kwaliteit van de veiligheidsrapporten moest verbeteren, de normering voor beoordelingen was veel te divers, de verwachtingen die zijn gewekt over het één-loketsysteem en de samenwerking tussen uitvoeringsinstanties zijn niet waargemaakt, de termijnen werden niet gehaald en het informeren van de burger ging bepaald niet optimaal.

Om dit te bereiken werden alle betrokken partijen benaderd om met elkaar de knelpunten op een rij te zetten. De conclusies uit de evaluatierapporten waren de basis voor de op 31 augustus en 1 september 2004 gehouden Keizerskroonconferentie (zo genoemd naar de lokatie van de werkconferentie, hotel Keizerskroon in Apeldoorn). Doel van de bijeenkomst was om te komen tot een breed gedeelde probleemanalyse en om mogelijke oplossingsrichtingen te bepalen. De probleemanalyse zoals die door Keizerskroon I werd vastgesteld noemt de volgende zes problemen:

  • Onheldere toedeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden is nadelig bij met name de beoordeling van het veiligheidsrapport (VR)
  • Het één-loketmodel blijkt onvoldoende toegepast te worden; procesafspraken ontbreken
  • Er is een ontoereikend toetsingskader voor de beoordeling van de veiligheid van bedrijven: teveel diversiteit van normen
  • Er zijn geen kwaliteitsnormen voor overheid en inspecteurs, er zijn geen landelijke leerprocessen
  • Er is geen landelijke uniformering en harmonisering
  • Er is sprake van een onduidelijke verhouding tussen overheid en bedrijfsleven (verantwoordelijkheidstoedeling).

Centrale conclusie van Keizerskroon I was: de uitvoering van het BRZO moet en kan beter, het samenspel tussen overheden kan efficiënter. Nadrukkelijk werd vastgesteld dat daarvoor het BRZO-gebouw zélf niet hoefde te worden afgebroken. De partners blijven streven naar veranderingen binnen de huidige bevoegdhedenstructuur van samenwerkende overheidsinstanties. Op grond van deze analyse en conclusies werd het verbeterprogramma BeteRZO uitgewerkt. Het doel daarvan is het realiseren van een beter, toetsbaarder en uitvoerbaarder BRZO-presentatie van bedrijven en overheden. Binnen het kader van behoud van bevoegdheden is het einddoel geformuleerd in gewenste kwaliteit van de uitvoering. Het BRZO-toezicht moet tijdig, eenduidig, uniform, juist en rechtvaardig. Vandaar dat het verbeterprogramma in stukjes is geknipt, die elk corresponderen met de zes centrale conclusies. Het is erop gericht door middel van deelprojecten, communicatie met alle deelnemers en uitvoerende instellingen en bijeenkomsten de uitvoering van het BRZO te verbeteren.

De BeteRZO-aanpak heeft geresulteerd in de volgende producten:

  1. Betere begrippenkaders, heldere afspraken: Werkwijzer BRZO in boekvorm en op de website
  2. Uniform toe te passen inspectiemethode: NIM, onderdeel van de Werkwijzer en op de website opgenomen
  3. Betere verhouding overheid-bedrijfsleven: Toezichtmodel
  4. Betere landelijke coördinatie: Landelijk Regieteam (LAT) BRZO
  5. Betere instrumenten voor de uitvoering: nieuw RIB/PGS 6, wetswijziging
  6. Meer kwaliteit overheidsorganisaties: Maatlat Kritieke Massa en follow-up
  7. Betere kennisuitwisseling en opleiden van medewerkers: Opleidingen
  8. Heldere monitoring en uniformiteit