Inschatting veiligheidscultuur in Brzo-inspecties

Hoe meet je de veiligheidscultuur binnen een bedrijf? Speciaal voor BRZO+ ontwikkelde TNO een inschattingsinstrument om te zien hoe Brzo-bedrijven hierop scoren. Zo wordt duidelijk welke aspecten op het gebied van veiligheidscultuur meer aandacht vragen.

Veilig werken

Veilig werken vraagt om goede veiligheidsprocedures en veilige installaties. Dat geldt zeker voor Brzo-bedrijven, waar gevaarlijke stoffen immers extra risico’s met zich meebrengen. Maar veilig werken vraagt ook om een goede veiligheidscultuur: een cultuur waarin veiligheid in alle lagen van de organisatie is verankerd. Daarom speelt veiligheidscultuur een steeds grotere rol bij de jaarlijkse Brzo-inspecties.

Aandachtspunten in kaart

De meer dan 400 Brzo-bedrijven in Nederland worden minstens één keer per jaar gecontroleerd door gespecialiseerde inspecteurs van de brandweer, de Inspectie SZW, omgevingsdiensten en een waterschap of Rijkswaterstaat. Zij controleren of het bedrijf voldoet aan de belangrijkste eisen op het gebied van veiligheid. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om brandveiligheid, onderhoud van de installaties en explosieveiligheid. Daarnaast kijken de inspecteurs ook naar de veiligheidscultuur binnen een bedrijf. Maar hoe meet je die veiligheidscultuur? En hoe breng je belangrijkste aandachtspunten ervan in kaart? Om hierop een antwoord te kunnen geven, ontwikkelde TNO een inschattingsinstrument voor de Brzo-inspectieteams.

Betrouwbaar en valide

‘Het instrument geeft een betrouwbare en valide inschatting van de veiligheidscultuur binnen een Brzo-bedrijf’, zegt Sjoerd Post van DCMR Milieudienst Rijnmond. Als projectleider van de BRZO+-werkgroep Veiligheidscultuur was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de methode. Hij legt uit: ‘Aan de hand van 30 vragen wordt een bedrijf na de inspectie gescoord op 14 concrete aspecten van de veiligheidscultuur. De vragen gaan bijvoorbeeld over de rol en visie van het management, over het spanningsveld tussen productiviteit en procesveiligheid en over leren van incidenten. Op die manier kunnen we de veiligheidscultuur een score geven en krijgen we inzicht in de aspecten die extra aandacht vragen.’ Vanaf dit jaar vullen inspectieteams na elke reguliere Brzo-inspectie het inschattingsinstrument in.

Leren van incidenten

Techniek, organisatie en veiligheidscultuur bepalen samen hoe een Brzo-bedrijf de veiligheid beheerst. Niet voor niets steken steeds meer Brzo-bedrijven tijd en geld in opleidingen, leerdoelen en andere trajecten die de veiligheidscultuur bevorderen. Post: ‘Veiligheidscultuur begint vaak bij het management. Dat moet zorgen voor een bedrijfscultuur waarin veilig werken vanzelfsprekend is. Uit het inschattingsinstrument blijkt dat de meeste bedrijven hier redelijk goed op scoren. Aan de andere kant zien we dat niet elk bedrijf goed leert van incidenten. Welke maatregelen nemen we, en vooral: hoe bespreken we dat op de werkvloer? Aan die interne communicatie ontbreekt het nog wel eens.’

Totaalbeeld

De score van de veiligheidscultuur is gebaseerd op de indrukken en ervaringen van het inspectieteam. ‘Het gaat om een totaalbeeld over een langere periode’, benadrukt Post. Het is immers onmogelijk om bij iedere inspectie alle veiligheidsaspecten mee te nemen. Daarom werken de inspectieteams met meerjarenprogramma’s en thema’s. De thema’s zijn vooral gericht op organisatorische en technische veiligheidsaspecten. Zo stond in het afgelopen jaar de technische levensduur van installaties centraal. Post: ‘Met behulp van het inschattingsinstrument kunnen we straks wellicht ook thema’s maken van aandachtspunten op het gebied van veiligheidscultuur. Leren van incidenten is daarvan een goed voorbeeld.’

Verder monitoren, analyseren en ontwikkelen

Het inschattingsinstrument is ontwikkeld als hulpmiddel in het kader van risicogericht toezicht. De scores worden dan ook niet direct teruggekoppeld naar de Brzo-bedrijven. Post: ‘In eerste instantie is het belangrijk dat de inspectieteams er meer ervaring mee kunnen opdoen. In het komende jaar gaan we de resultaten monitoren, analyseren en als nodig het instrument verder ontwikkelen.