BRZO+ voortdurend in beweging

De laatste jaren is er rondom Brzo ontzettend veel gebeurd. Met de invoering van BRZO+ is de dynamiek alleen nog maar toegenomen. Welke ontwikkelingen zijn er precies gaande? Wat verandert er concreet en wat zijn hiervan de gevolgen? Jan Meinster en Robert Mout geven een update.

robertmoutJan Meinster en Robert MoutJan Meinster foto

Jan Meinster is vanaf 1 februari 2015 als senior beleidsmedewerker betrokken bij het Landelijk Expertisecentrum (LEC) BrandweerBRZO. Hij is voor het LEC BrandweerBRZO de verbindende schakel tussen de zes Brzo veiligheidsregio samenwerkingsverbanden en de andere Brzo-partners. Robert Mout is programmamanager met als taak zes omgevingsdiensten in Nederland samen te laten werken. Beiden hebben binnen BRZO+ een coördinerende rol. Wat hen verder bindt, is dat zij allebei deel uitmaken van het kernteam BRZO+. Binnen dit kernteam staat het voorbereiden van het managementoverleg (MO) van BRZO+ centraal.

Van afstemming naar aansturing

“BRZO+ is dé samenwerking van verschillende overheden om het toezicht op de Brzo-bedrijven verder te verbeteren en te ontwikkelen”, begint Robert te vertellen. “Van afstemming naar aansturing. In de voorgaande periode hebben we veel tot stand gebracht. In het BRZO+ tijdperk wordt een nieuwe inspectiemethodiek ontwikkeld die ook kijkt naar aspecten als de veiligheidscultuur. Een concreet voorbeeld van genoemde aansturing is, dat wij samen met de toezichthouders de slecht presterende bedrijven beter willen laten presteren. We gaan ze intensief volgen en achter de broek aan zitten. Omgekeerd krijgen bedrijven die het erg goed doen meer vrijheden.

Daarnaast zijn er activiteiten die vanuit het verleden doorlopen, zoals het faciliteren van opleidingen en het aanpassen van de handhavingsstrategie. Omdat deze koerswijziging consequenties heeft voor al onze bedrijfsprocessen, zal iedereen hierin mee moeten. Een mooie uitdaging.” “Meedenken en participeren is altijd belangrijk, maar nu meer dan ooit”, vult Jan aan. “Uiteindelijk zal iedereen hiervan de vruchten plukken. Bij efficiëntie, transparantie en korte lijnen is iedereen gebaat.”

Nieuwe programmamanager

Van afstemming naar aansturing dus. Dat staat bij BRZO+ centraal. “Dit doen we door het opzetten van een duidelijke structuur en het creëren van de functie van programmamanager”, vertelt Jan verder. “Die is inmiddels aangesteld en gaat de samenwerking binnen BRZO+ verder aansturen en handen en voeten geven. Iemand die precies weet wat er bij de projecten en werkzaamheden speelt en vanuit deze hoedanigheid de BRZO+ programma’s, projecten en werkzaamheden stuurt en verantwoording aflegt aan het MO”.

“De ogen en oren van de drie toezichthouders, die toeziet op implementatie van MO-besluiten”, vult Robert aan. “Het MO kan zich daarom meer bezighouden met besturen, en het kernteam meer met de inhoudelijke kant. Een goede zaak.” “Wat mensen hiervan gaan merken?”, stelt Jan zichzelf de vraag. “Dat projecten strakker worden aangestuurd. Het zal allemaal minder vrijblijvend zijn en medewerkers zullen meer op hun verantwoordelijkheden worden gewezen.”

Invoering LBR

Het verder ontwikkelen en op juiste wijze implementeren van de nieuwe inspectiemethodiek LBR (Landelijke Benadering Risicobedrijven) is een essentiële pijler binnen BRZO+. Deze nieuwe inspectiemethodiek zal overigens pas vanaf 2017 van kracht zijn. “De belangrijkste verandering is dat we steeds scherper naar de goed en slecht functionerende bedrijven gaan kijken”, vertelt Robert. “Zo hebben wij duidelijk in kaart welke bedrijven slecht presteren. Er is een lijst met de dertig slechts presterende bedrijven opgesteld. Hieraan gaan wij meer consequenties verbinden.

Andersom geldt hetzelfde: goed presterende bedrijven krijgen de mogelijkheid te kiezen voor nieuwe vormen van toezicht. Zij krijgen meer vrijheden wat kan leiden tot een innovatieve wijze van toezicht. Dit zal dan vooral op het gebied van digitalisering zijn.” “Tegelijkertijd met de invoering van de LBR houden we ook andere processen tegen het licht”, voegt Jan toe. “Zo merken wij bijvoorbeeld dat de bezetting van werkgroepen terugloopt. Dat is zorgelijk omdat de ontwikkelingen hierdoor vertraging kunnen oplopen. Vandaar dat de opzet van de werkgroepen zal worden herzien. Vanaf nu hebben de werkgroepen en het kernteam meer contact met elkaar. We gaan hiermee meer richting een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Dus meer de vinger aan de pols ten aanzien van budgettering, deadlines en verwachtingen.”

“Ik wil benadrukken dat we zeer tevreden zijn over de wijze waarop onze inspecteurs invulling geven aan hun werkzaamheden”, wil Robert nog kwijt. “Maar ook in ons werkveld zijn de bezuinigingen nu eenmaal voelbaar. Bovenstaande wijzigingen zijn dan ook vooral bedoeld om op een innovatieve manier onze methodiek scherper te stellen.”

Aanpak slecht presterende bedrijven

BRZO+ is dus volop in beweging. In beweging richting de toekomst. Van een grote organisatie wordt ook niet anders verwacht. Constant kijkend naar zichzelf en de omgeving waarin zij acteert. Anticiperend op veranderingen om knelpunten weg te nemen of juist voor te zijn. “De ontwikkelingen zijn talrijk en wij bewegen met z’n allen in de goede richting”, zegt Robert hierover. “Dat gaan de bedrijven zeker merken. Want de samenwerking wordt intensiever waardoor wij in staat zijn steeds risicogerichter te inspecteren.” Blijft een bedrijf hierbij in gebreke en voldoet het niet aan de prestatienorm? Dan formuleren de drie toezichthouders een gezamenlijke aanpak. Slecht presterende bedrijven zullen dus vanuit een breder perspectief worden beoordeeld. “Dit betekent dat wij steeds scherper naar de risico’s gaan kijken en inspecties volgens een beter en efficiënter tijdspad gaan uitvoeren.”

Uitbouwen bestaande sanctie-strategie

“Deze intensievere samenwerking moet uiteindelijk leiden tot een meer heldere en efficiëntere aanpak van bedrijven die achterblijven in de prestaties”, praat Jan verder. “Wanneer je als bedrijf slecht functioneert? Als de vergunning niet op orde is bijvoorbeeld. Maar ook wanneer een bedrijf in het inspectieproces een afwachtende houding heeft en alleen acteert na waarschuwingen van ons.

Wij gaan dus meer scannen op de houding en attitude van bedrijven, de exacte reden waarvoor de LBR ontwikkeld is. Alhoewel een reactieve houding op zichzelf niet kan worden bestraft, laten wij dit wel meewegen in onze toezichtaanpak. Wij willen hiermee bereiken dat bedrijven proactief acteren en beseffen dat het inperken van de veiligheidsrisico’s in ieders belang is. Om dit te benadrukken zullen wij intensiever met het Openbaar Ministerie optrekken en vaker informatie met elkaar delen. Hiermee zal de bestaande sanctie-strategie dus verder worden uitgebouwd.”

“Over het algemeen zijn bedrijven tevreden over onze methodiek”, zegt Jan tot slot. “Onze werkwijze en processen worden gewaardeerd. Ze beschouwen ons als een betrouwbare partner. Een prettige constatering. Vooral omdat dit de implementatie van de komende beleidsveranderingen makkelijker zal laten verlopen.”

Brzo in de Tweede Kamer (kader)
“In het licht van de huidige ontwikkelingen verwijzen wij graag naar de motie van Ulenbelt en Smaling”, zegt Jan Meinster. “In deze in december door de Tweede Kamer aangenomen motie, wordt expliciet gevraagd naar de ervaringen met de inspectiepraktijk van inspecteurs belast met externe veiligheid. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het IPO hebben hierbij Rob Velders (oud-VROM-inspecteur en thans consultant op het gebied van toezicht en handhaving) ingehuurd om rondetafelgesprekken met Brzo-inspecteurs van de Omgevingsdiensten, Inspectie SZW en de veiligheidsregio’s te initiëren en te begeleiden.

Deze gesprekken hebben half april op verschillende plekken in het land plaats gevonden en zijn inmiddels afgerond. Naast rondetafelgesprekken met Brzo-inspecteurs heeft er inmiddels ook een rondetafelgesprek met direct leidinggevenden plaats gevonden. Eind april is hierover aan de Tweede Kamer een terugkoppeling gestuurd. Dit heeft een goed beeld van de dagelijkse inspectiepraktijk opgeleverd. Een beeld dat bevestigt dat we op de goede weg zijn, maar nog wel enkele stappen te zetten hebben.”