Nadere uitwerking regels voor Brzo-bedrijven (Brzo 2015 en Rrzo)

Sinds 8 juli 2015 is het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) van kracht. De Regeling risico’s zware ongevallen (Rrzo) geldt sinds 4 maart 2016. Hiermee implementeert Nederland de Europese eisen die zijn opgenomen in de SEVESO III richtlijn. Voor de werkingssfeer van het Brzo2015 gelden de drempelwaarden voor bedrijven die activiteiten doen met bepaalde categorieën gevaarlijke stoffen en mengsels en met stoffen die met naam genoemd zijn (Bijlage I, deel 1 en 2 van Seveso III).

Kennisgevingen

De inwerkingtreding van het Brzo 2015 en de wijzigingen in de indeling van gevaarlijke stoffen en mengsels door de CLP-verordening, hebben consequenties voor bedrijven waarop Brzo 2015 van toepassing is.

Bestaande bedrijven moeten een nieuwe kennisgeving indienen als de eerder ingediende kennisgeving niet voldoet aan de eisen van Brzo 2015. Volgens het Brzo 2015 moet de kennisgeving informatie geven over de onmiddellijke omgeving van de inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken. Dit staat in artikel 6 lid 1 onder h van Brzo 2015. Bij kennisgevingen in het kader van het Brzo’99 werd deze informatie niet of nauwelijks verstrekt.

Daarnaast is de gewijzigde indeling van stoffen en mengsels mogelijk een reden voor een nieuwe kennisgeving. Bestaande bedrijven krijgen voor het indienen van een nieuwe kennisgeving een jaar de tijd vanaf het moment dat het Brzo 2015 op hen van toepassing is geworden.

De nieuwe indeling van gevaarlijke stoffen heeft gevolgen voor de werkingssfeer: bedrijven die tot dusver niet onder de werkingssfeer van het Brzo’99 vallen mogelijk wel onder het Brzo 2015. En een aantal bedrijven die wel onder Brzo’99 vielen vallen mogelijk nu niet meer onder het Brzo 2015. De bedrijven waarop door de wijziging van de regelgeving het Brzo 2015 van toepassing is geworden en die niet onder Brzo’99 vielen zijn verplicht om binnen een jaar een kennisgeving aan het bevoegd gezag te zenden.

Veiligheidsrapporten

Voor 1 juni 2016 moet een Hogedrempelinrichting (die onder het Brzo ’99 VR-plichtig was) controleren of het bestaande Veiligheidsrapport voldoet aan de eisen van het Brzo 2015 (artikel 10) en de Rrzo (artikel 9 t/m 15). Als het bestaande Veiligheidsrapport niet voldoet dan moet het bedrijf voor 1 juni 2016 het veiligheidsrapport wijzigen en de gewijzigde delen (of het volledige nieuwe veiligheidsrapport) aan het bevoegd gezag zenden.

Eén van de nieuwe eisen aan het Veiligheidsrapport is dat er in de scenario’s rekening wordt gehouden met de externe en natuurlijke oorzaken van een mogelijk zwaar ongeval. In bepaalde gebieden zijn dit bijvoorbeeld overstromingsrisico’s. De eisen over de beschrijving van de mogelijke externe en natuurlijke oorzaken van een zwaar ongeval staan beschreven in de nieuwe Regeling Risico’s Zware Ongevallen (Rrzo, artikel 13).

Ook in de beschrijvingen van het veiligheidsbeheerssysteem (VBS) zijn ten opzichte van het Brzo ’99 wijzigingen doorgevoerd. De eisen aan het VBS zijn te vinden in de bijlage III van Seveso III en artikel 9 t/m 15 van de Rrzo.

Meer informatie over Brzo 2015 en de Rrzo

Meer informatie in de vorm van vragen en antwoorden over de gevolgen van de inwerkingtreding van het Brzo 2015 en de Rrzo staat op de website van BRZO+.

De verwachting is dat PGS 6 in juli 2016 wordt gepubliceerd.