Voortgangsbericht Landelijke afstemming uitvoering PGS 29

30 maart 2015

Wat er aan vooraf ging

Overheden en bedrijfsleven ervaren al enige jaren uitvoeringsproblemen bij de implementatie van de Publicatiereeks Gevaarlijks Stoffen 29 (PGS 29: ‘Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks’). Veel van deze problemen komen voort uit interpretatieverschillen van voorschriften en discussie over de gelijkwaardigheid en redelijkheid van alternatieven voor vooral bestaande installaties. Bij de lopende vergunningtrajecten leidt dit vanwege deze verschillen tot langlopende procedures en een ongelijk speelveld in Nederland. BRZO+ heeft in 2014 in samenwerking met het IPO en het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan TNO de opdracht gegeven om met een beoordelingskader voor gelijkwaardigheid en redelijkheid te komen voor een vijftal onderwerpen uit de PGS 29. De onderwerpen en de vraagstelling zijn in overleg met het bedrijfsleven bepaald.
Voor de volgende vijf onderwerpen uit de PGS 29 is door TNO vastgesteld hoe
gelijkwaardigheid en redelijkheid moet worden ingevuld:

  • voorschrift 38: de hoogte van een putdijk;
  • voorschriften 39 en 40: de vloeistofkerendheid van een putdijk en een putbodem;
  • paragraaf 5.3: de opvangcapaciteit van een tankput;
  • voorschrift 67: passieve bescherming leidingen;
  • voorschrift 87: het beveiligen tegen overvullen van een tank.

BRZO+ heeft op 22 januari 2015 besloten om een twee-fasenaanpak te volgen.

  1. Fase 1 maatregelen moeten op korte termijn in de vergunning worden opgenomen
    om de urgente veiligheidsrisico’s te kunnen beheersen.
  2. Fase 2 maatregelen zullen vanaf 1 januari 2016 worden doorgevoerd. Indien de
    gewijzigde PGS 29 richtlijn dan van kracht is, zal deze worden gevolgd. Indien de
    richtlijn niet tijdig is aangepast zal voor het treffen van maatregelen worden
    teruggevallen op de bestaande richtlijn.

Op 19 maart 2015 heeft BRZO+ het uitvoeringsbeleid voor fase 1 vastgesteld.
De fasering en het beleid zijn in lijn met het bestuurlijk kader van het IPO.

Uitwerking voor vergunningverlening

Scope vergunningverlening

Dit uitvoeringsbeleid is bedoeld voor bestaande situaties en voor de vergunningen die voor 1
januari 2016 op basis van een aanvraag worden verleend of ambtshalve worden gewijzigd.
Fase 2 start op 1 januari 2016.

Uitgangspunten scenario’s

In het herzieningsproject PGS 29 loopt een discussie met welke scenario’s rekening moet
worden gehouden. Daarvoor is in het herzieningsproject een werkgroep risicomethodiek
samengesteld en wordt hiervoor een apart hoofdstuk opgenomen in de herziene PGS 29. De
scenario’s tankputbrand en instantaan falen worden niet meegewogen in de maatregelen die
in fase 1 in de vergunning worden opgenomen. Wel wordt in fase 1 rekening gehouden met
de scenario’s tankbrand bij vaste daktanks, rimsealbrand bij extern drijvend daktanks en het
vrijkomen van de gehele tankinhoud binnen 10 minuten.

Voorschrift 38 en § 53: de opvangcapaciteit van een tankput en de hoogte van een
putdijk

§ 5.3 Opvangcapaciteit van de tankput

In fase 1 worden de voorzieningen gebaseerd op de scenario’s:

  • leegstromen van de tank met het grootste werkvolume in 10 minuten;
  • lekkage uit een opening van 10 mm;
  • tankbrand.

Uitvoering fase 1
De tankput moet 100% van het grootste werkvolume van de maatgevende tank kunnen
bevatten aangevuld met het volume van de schuimlaag om uitdamping en ontbranding van
stoffen te voorkomen.
De dikte van de schuimlaag is afhankelijk van het type schuim en zal door het bedrijf moeten
worden onderbouwd op basis van een erkende norm zoals NFPA 11.

Voorschrift 38: De hoogte van de putdijk

Uitvoering fase 1
Indien de tankputdijken moeten worden aangepast om te voldoen aan de opvangcapaciteit
worden tevens de dijken opgehoogd conform de aanbeveling van TNO.
Is de opvangcapaciteit voor fase 1 voldoende en wordt niet voldaan aan voorschrift 38, dan
kan dit verder worden opgepakt in fase 2 nadat duidelijkheid is verkregen over het
tankputbrandscenario.

Voorschriften 39 en 40: vloeistofkerendheid van een putdijk en een putbodem.

Voorschrift 39

Uitvoering fase 1
Vooruitlopend op een herziene PGS 29 wordt voorgesteld dat de bedrijven een risicostudie
laten uitvoeren voor die tankputten waarin prioritair gevaarlijke stoffen worden opgeslagen
en waarbij de kans bestaat op een onherstelbare bodemverontreiniging bij een calamiteit.
Onder prioritair gevaarlijke stoffen worden vloeistoffen verstaan die voor meer dan 50%
bestaan uit:

  • aqua-toxische stoffen, die aangemerkt zijn als prioritair gevaarlijk op de prioritaire
    stoffenlijst van de Kaderrichtlijn water en;
  • Dense Non-Aqueous Phase Liquids.

Uit de risicostudie moet blijken hoe de risico’s worden beheerst om een blijvende
bodemverontreiniging te voorkomen. Deze studie moet binnen 3 maanden na het in werking
treden van de vergunning worden overlegd aan het bevoegd gezag.
Tankdijken dienen wel vloeistofkerend te worden uitgevoerd om stabiliteit en functionaliteit
van de dijken te borgen.

Voorschrift 40

Uitvoering fase 1
Besluit van Brzo+ dat voorschrift 40 niet in de omgevingsvergunning wordt opgenomen, blijft
gelden. De verplichting dat het complex van putbodem en putdijk in overeenstemming moet
zijn met de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), heeft geen meerwaarde.

Voorschrift 67: passieve bescherming van leidingen van brandveiligheidssystemen

Uitvoering fase 1
Alleen de scenario’s tankbrand bij vaste daktanks en rimsealbrand bij extern drijvend
daktanks worden als uitgangspunt genomen voor de bepaling of de leidingen met
bijbehorende constructie voor brandveiligheidssystemen op nabijgelegen tanks, bestand
moeten zijn tegen hittestraling.

Voorschrift 87: het beveiligen tegen overvullen van een tank

Uitvoering fase 1
De onafhankelijke overvulbeveiliging wordt voorgeschreven indien er sprake is van een
Buncefield scenario bij brandbare vloeistoffen van klasse 1 en 2 en klasse 3 verwarmd en bij
hoog toxische stoffen (gevaarszinnen H330 en H331).
Afgesproken is dat op korte termijn het deskundigenteam PGS 29 het begrip
Buncefieldscenario nader definieert en uitwerkt (concrete vertaling voor stoffen binnen de
stof klassen). Ook worden kaders bepaald voor de termijnen waarbinnen de maatregelen
gerealiseerd moeten worden.

Vervolgtraject

De verdere uitwerking van voorschrift 87 wordt samen met de overige ca. 30 voorschriften
vastgesteld in het Brzo+- overleg in april/mei 2015. De brede communicatie over en
implementatie van fase 1 start hierna.