VTH-taken nu nog maar bij 6 omgevingsdiensten

Home > Actueel > Nieuwsberichten > November 2017 VTH-taken nu nog maar bij zes omgevingsdiensten

VTH-taken nu nog maar bij 6 omgevingsdiensten

Inhoud pagina: VTH-taken nu nog maar bij 6 omgevingsdiensten

In Nederland zijn zes gespecialiseerde omgevingsdiensten belast met de uitvoering van de VTH-taken – vergunningverlening, toezicht en handhaving – voor de risicovolle industriële bedrijven (BRZO-inrichtingen) en de grotere chemiebedrijven (RIE4-inrichtingen).

Tot voor kort konden ook andere omgevingsdiensten in 'ondermandaat' VTH-taken uitvoeren, maar sinds 1 juli 2017 is die praktijk ten einde. We spraken Robert Mout van BRZO-omgevingsdienst DCMR en Brian Mo-Ajok van het Landelijk Expertisecentrum (LEC) BrandweerBRZO, die als landelijk programmamanagers werken aan het harmoniseren van de uitvoering.

Op 1 juli 2017 trad de algemene maatregel van bestuur Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (AMvB-VTH, officieel een wijziging van het Besluit omgevingsrecht) in werking. Daarin staat dat BRZO-taken uitsluitend uitgevoerd mogen worden door de daartoe aangewezen BRZO-omgevingsdiensten. In Zuid-Holland en Zeeland komt de verantwoording en kwaliteitsborging ten aanzien van BRZO/RIE4-inrichtingen in handen van de DCMR Milieudienst Rijnmond. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) verliest zijn ondermandaat.

Het betekent onder meer dat medewerkers van OZHZ die zich willen blijven bezighouden met de VTH-taken voor BRZO/RIE4-inrichtingen, in dienst treden van DCMR. 'De collega's van OZHZ krijgen de mogelijkheid in dienst te treden van de DCMR. Daar zijn we nog over in gesprek', zegt Mout. 'Niet iedereen is blij met het intrekken van het ondermandaat. Eerst moesten ambtenaren van gemeenten en provincies overgaan naar omgevingsdiensten, en sommigen moeten nu weer veranderen van werkgever. Hoe de samenwerking met de collega's in Zeeland precies gaat verlopen, wordt op dit moment uitgewerkt. Dit soort gesprekken vinden overigens in heel Nederland plaats. Bijvoorbeeld ook in Noord-Nederland, waar de Omgevingsdienst Groningen is aangewezen voor het uitvoeren van de VTH-taken bij BRZO-bedrijven.'

Eén aanspreekpunt

Maar niet alleen voor medewerkers heeft de AMvB-VTH gevolgen. Dat geldt ook voor de provincies, gemeenten, bedrijven, omwonenden en andere belanghebbenden. In Zuid-Holland en Zeeland bijvoorbeeld is DCMR voor hen nu formeel het enige aanspreekpunt op dit terrein. Dat is niet altijd makkelijk: 'Gemeentelijke bestuurders zijn vaak wel verantwoordelijk voor de crisisbeheersing en dan willen ze ook kunnen meepraten over de risico's zoals die van BRZO-bedrijven, waarvoor de provincie 'the license to operate' verstrekt', zegt Mo-Ajok. 'Maar de wet dwingt ze deels om afstand te nemen en meer over te laten aan de professionals van de gespecialiseerde omgevingsdienst.' De veiligheidsregio's proberen dat deels te ondervangen door met elkaar dezelfde topografische regio te bedienen als de BRZO-omgevingsdiensten. Dat betekent dat de 25 veiligheidsregio's op korte termijn nog intensiever gaan samenwerken in clusters – 'landsdelen' – die ongeveer samenvallen met de 6 'BRZO-regio's'. Nu al komen per landsdeel de inspecteurs van de veiligheidsregio's driemaandelijks bij elkaar om de voortgang en cases te bespreken en werkzaamheden af te stemmen, maar er zijn meer stappen nodig. Mo-Ajok: 'Het zal van de veiligheidsregio's nog tijd, afstemming en begrip, maar ook simpelweg de nodige lef vergen om dit te realiseren.'

laatste foto mo en robert samen

Afbeelding:  Brian Mo-Ajok en Robert Mout.

Mout en Mo-Ajok weten elkaar goed te vinden om het werk van de BRZO-omgevingsdiensten en de taken van de veiligheidsregio's beter op elkaar te laten aansluiten. 'We kunnen het prima vinden met elkaar', zegt Mo-Ajok. 'Als mens, maar ook als professional. We zijn kritisch en constructief naar elkaar.'

Sluitstuk

'Omgevingsdiensten zijn bottom-up georganiseerd', zegt Mout. 'De AMvB-VTH is in feite het sluitstuk van dat proces.' Specifiek voor omgevingsdiensten met BRZO-taken somt Mout op wat er zoal tot stand is gebracht in de afgelopen tijd. Enkele voorbeelden:

  • 'We hebben serieus werk gemaakt van de kwaliteitscriteria voor alle vergunningmakers en toezichthouders, door te beoordelen of de vooropleiding in overeenstemming is met deze criteria. In totaal zijn we daar een paar jaar mee bezig geweest. De lat kwam flink hoger te liggen en dat heeft van de collega's veel studie gevraagd. In juli was vrijwel iedereen klaar met de opleiding, dus nu is iedereen bijgeschoold op chemisch gebied. Ik heb veel waardering voor alle collega's die aan de studie zijn geweest.
  • We hebben onderling afspraken gemaakt over het actueel houden van vergunningen.
  • We hebben afgesproken hoe de risico's door overstromingen en aardbevingen moeten worden beschreven.
  • We hebben de nieuwe richtlijnen voor opslagtanks (PGS 29) opgesteld, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, wetenschappers, NEN en overheden.'

In de nabije toekomst is het daarnaast de bedoeling om de Inspectie SZW intensiever te betrekken bij de vergunningverlening.

Samenwerking

De AMvB-VTH is een belangrijke mijlpaal, maar belangrijker vindt Mout het dat de neuzen dezelfde kant op staan: 'Heeft iedereen er zin in om dit voor elkaar te krijgen? Samenwerking moet je niet afhankelijk maken van nieuwe wetten. Je moet het samen dóen.' Dat vraagt wel wat van de betrokken organisaties: 'We moeten het allemaal op dezelfde manier doen. Soms moet je iets inleveren ten behoeve van het collectief. Dat betekent ook dat je af en toe kritisch moet zijn richting je eigen organisatie.' Daarbij is het belangrijk om alle aanwezige kennis te benutten. Mo-Ajok: 'Elk landsdeel heeft zijn eigen expertise om in te brengen; we kunnen bij elkaar kennis opdoen. Denk aan Groningen met aardbevingen, en nieuwe initiatieven in Noord-Brabant na een aantal serieuze incidenten bij chemiebedrijven.

Balans

'Voorheen was er meer versnippering', zegt Mout. 'Naast afspraken voor BRZO-toezicht die we al een groot aantal jaren hebben, zijn er nu ook landelijke afspraken voor bijvoorbeeld vergunningverlening die we regionaal eenduidiger uitvoeren.' Dat sluit aan bij de wens van bedrijven. Mo-Ajok: 'Die streven naar een level-playing field, met een identieke behandeling bij gelijke omstandigheden.'

Aan de ene kant werken Mout, Mo-Ajok en hun collega's van de andere omgevingsdiensten en veiligheidsregio's aan een grotere uniformiteit in de vorm van landelijke afspraken, met behulp van onder meer de impulsgelden omgevingsveiligheid. Aan de andere kant heb je maatwerk nodig om tegemoet te komen aan regionale wensen en eigenschappen. 'Dat blijft een belangrijke balans', zegt Mo-Ajok. Als voorbeeld noemt hij de concernaanpak: 'Grote concerns zitten op verschillende plekken in het land en moeten overal kunnen rekenen op dezelfde benadering en dezelfde manier van beoordelen.

Daarnaast is er voor de overheid op de langere termijn meer efficiëntie te behalen, wanneer één groep vergunningverleners en inspecteurs landelijk de ontwikkelingen in en rondom een concern met meerdere vestigingen kan volgen en vormen. Dat draagt bij aan een veiliger leefomgeving. Tegelijkertijd moet je openstaan voor verschillen. Niet alle locaties van een bedrijf zijn identiek: een raffinaderij kent bijvoorbeeld andere eisen dan een brandstofdepot. Je moet ook omgevingskennis hebben. Er zitten verschillende veiligheidscirkels rond een bedrijf, doordat ze verschillende insluitsystemen hanteren met andere producteigenschappen en producthoeveelheden. Bij verschillende raffinaderijen komen de installaties bijvoorbeeld voor 80% overeen, maar juist expertise over heel specifieke installaties is cruciaal tijdens onvermijdelijke incidentbestrijdingen.'

Risicogestuurd toezicht

'We werken volgens het principe van risicogestuurd toezicht', zegt Mo-Ajok. 'Notoire wetsovertreders bezoeken we vaker dan bedrijven die een onberispelijke staat van dienst hebben.' Mout vult hem aan: 'Als het gaat om risico's, zien we soms ook conflicterende belangen. Bijvoorbeeld bij de keuze voor een gladde of een ruwe vloer. Hoe houd je voldoende rekening met de hygiëne, de veiligheid van medewerkers, de veiligheid van de hulpverleners bij calamiteiten? Allemaal issues waar je dan mee te maken hebt. Belangrijk is dat het uitlegbaar is: comply or explain, pas de basisregels toe of leg uit waarom je het anders aanpakt.'

Verdere integratie

'Nu alles centraler is geregeld, kunnen we dingen makkelijker organiseren', zegt Mout. Naar de precieze vorm wordt soms nog gezocht. Zo loopt er bij één bedrijf een proef met vaste, gespecialiseerde inspecteurs vanuit veiligheidsregio, omgevingsdienst en Inspectie SZW. En met de Inspectie SZW maken de omgevingsdiensten en veiligheidsregio's afspraken over vergunningverlening en de bijbehorende eisen.

Een belangrijk aandachtspunt is ook de kennisborging binnen de omgevingsdiensten. 'Structuren zoals de bestaande samenwerkingsverbanden helpen enorm. Ik zie tijdens inspecteursoverleggen van de verschillende landsdelen over het algemeen zeer betrokken, enthousiaste en deskundige collega's die binnen hun invloedssfeer het maximale willen doen om een veilige leefomgeving voor burgers te waarborgen', zegt Mo-Ajok. 'Het is belangrijk om er sámen de schouders onder te zetten. Dan kunnen we de VTH-taken beter uitvoeren en de bedrijven veiliger maken.'

Door Robert Mout DCMR en Brian Mo-Ajok Landelijk Expertisecentrum (LEC) BrandweerBRZO.
Voor vragen of informatie neem contact op met bureaubrzo@rws.nl.

safety